De jeugdige en ouder kunnen een hulpvraag melden bij het door het college ingestelde jeugdteam. Zij kunnen daarbij verzoeken om toeleiding naar een overige voorziening of toekenning van een individuele voorziening. Een individuele voorziening wordt verleend door een collegebesluit.
Bij de toekenning van een individuele voorziening houdt het college rekening met de eigen verantwoordelijkheid en de mogelijkheden van de jeugdige en zijn omgeving.
Alle mogelijkheden die zich bij de jeugdige zelf, zijn gezin of in het netwerk of naaste omgeving bevinden worden ingezet. De behoefte aan ondersteuning die daarna nog bestaat is leidend voor het oordeel of een en welke individuele voorziening wordt toegekend.
Tot de eigen verantwoordelijkheid behoort de normale, dagelijkse zorg die ouder en inwonende volwassenen geacht worden elkaar onderling te bieden. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende vormen van begeleiding aan de jeugdige:
Het begeleiden van de jeugdige bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer zoals het bezoeken van familie, huisarts, ziekenhuis ed.
Het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden behoren, zoals het doen van de administratie.
Het leren omgaan van derden met de jeugdigen.
Voor jeugdigen geldt dat er een bandbreedte is in het normale ontwikkelingsprofiel. Tussen jeugdigen van dezelfde leeftijd kan de omvang van de zorg (per dag) verschillen.
Richtlijnen ten aanzien van gebruikelijke zorg van ouder voor jeugdigen met een normaal ontwikkelingsprofiel in verschillende levensfasen van de jeugdige zijn opgenomen in bijlage 2.
Gebruikelijke zorg bij jeugdigen kan activiteiten omvatten die niet standaard bij alle jeugdigen voorkomen. Van boven gebruikelijke zorg bij jeugdigen in chronische situaties is pas sprake wanneer de omvang van de zorg substantieel meer is dan een gezonde jeugdige van dezelfde leeftijd gemiddeld nodig heeft. Met substantieel wordt bedoeld een omvang van gemiddeld meer dan een uur per etmaal.
Gebruikelijke zorg bij jeugdigen omvat ook een geïntensiveerde zorgbehoefte als gevolg van een tijdelijk (gezondheids)probleem. Dit is het geval als sprake is van een zorgsituatie van maximaal drie maanden met uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige.
Boven gebruikelijke zorg betreft zorg in een chronische situatie, waarbij de gebruikelijke zorg in vergelijking tot jeugdigen zonder beperking van dezelfde leeftijdscategorie substantieel wordt overschreden.
Het door de ouder aan de jeugdige bieden van een beschermende woonomgeving wordt als gebruikelijke zorg aangemerkt, ook als er sprake is van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking.
Bij het oordeel of de ouder in staat zijn de gebruikelijke zorg te leveren wordt rekening gehouden met:
Bij de ouder aanwezige geobjectiveerde beperkingen en/of het ontbreken van kennis/vaardigheden om gebruikelijke zorg ten behoeve van de jeugdige uit te voeren en deze vaardigheden ook niet aan te leren zijn;
(Dreigende) overbelasting van de ouder, totdat deze (dreigende) overbelasting is opgeheven.
Daarbij geldt het volgende:
Wanneer er voor de ouder eigen mogelijkheden en/of andere voorzieningen zijn om de (dreigende) overbelasting op te heffen dienen deze eigen mogelijkheden en/of andere voorzieningen te worden aangewend;
Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke zorg, wel of niet in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke zorg voor op die maatschappelijke activiteiten.
Voor zover de jeugdige van 12 jaar of ouder geen intieme persoonlijke verzorging wil ontvangen van de ouder wordt geen bijdrage verwacht van de ouder.
De richtlijnen gebruikelijke zorg van CIZ zijn voor dit artikel van toepassing (Bijlage 2).
Hoofdstuk 3
Artikel 3
Toegang jeugdhulp – melding hulpvraag en afwegingsfactoren
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Rijswijk 2018