De vermogensgrenzen als bedoeld in artikel 3 van de verordening bedragen: het bedrag genoemd in artikel 34, derde lid van de wet, verhoogd met € 5.000,00 voor een alleenstaande en voor een alleenstaande ouder en € 10.000,00 voor gehuwden/samenwonenden.
Bij het vaststellen van het vermogen zijn de volgende bepalingen van toepassing:
het vermogen op de peildatum 1 januari 2019 is bepalend;
het vermogen wordt op dezelfde manier vastgesteld als gebruikelijk is bij de uitvoering van de wet;
het vermogen in de woning blijft buiten beschouwing;
het vermogen in motorvoertuigen blijft buiten beschouwing tot een bedrag van € 3.000,00.
Hoofdstuk 1
Artikel 3
Vermogensgrenzen
Onderdeel van Nadere regels financiële bijdrageregelingen maatschappelijke participatie gemeente Hellendoorn 2020