Het college baseert zich bij de beoordeling of er sprake is van eigen mogelijkheden en probleemoplossende vermogen op de volgende feiten en omstandigheden:
De aard, de omvang en de frequentie van de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen van de jeugdige, rekening houdend met de leeftijd en de ontwikkelingsfase van de jeugdige.
Overbelasting of dreigende overbelasting ouder(s).
Capaciteiten van ouders
Maatregelen die de ouder(s) zelf heeft getroffen,
Wat van ouder(s) redelijkerwijs verwacht mag worden,
Overige factoren.
Het college beoordeelt dit zonodig in onderlinge samenhang.
1. De aard, de omvang en de frequentie van de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen van de jeugdige, rekening houdend met de leeftijd en de ontwikkelingsfase van de jeugdige
Om tot een juiste beoordeling te kunnen komen brengt het college het volgende in kaart:
psychische problemen en/of stoornissen,
psychosociale problemen,
gedragsproblemen,
problemen vanwege een verstandelijke beperking,
beperkingen in de zelfredzaamheid en/of maatschappelijke participatie,
tekort aan zelfredzaamheid,
dit qua aard, omvang en frequentie van de hulp die jeugdige op grond daarvan nodig heeft (CRVB:2017:1477). Bij de beoordeling neemt het college de leeftijd en de ontwikkelingsfase van de jeugdige in aanmerking. Het spreekt voor zich dat het college hier alleen de problemen en beperkingen in kaart brengt die als jeugdhulp kunnen worden aangemerkt.
2. Overbelasting of dreigende overbelasting ouder(s)
Er is geen sprake van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen als ouders overbelast zijn of dreigen te geraken en personen uit het sociaal netwerk geen of onvoldoende hulp, zorg en/of ondersteuning kunnen bieden. Heeft het college vastgesteld dat er sprake is van (dreigende) overbelasting van de ouder(s), dan kan het college (tijdelijk) jeugdhulp verstrekken tot het moment dat de (dreigende) overbelasting is verminderd of opgelost. Als de ouder(s) en/of de jeugdige een pgb wensen en er wordt voldaan aan de voorwaarden, dan is het niet toegestaan om dat pgb te besteden aan de (dreigende) overbelaste ouder (zie 4.2, eerste lid, van de verordening). Er zijn verschillende vormen van jeugdhulp mogelijk, het college beoordeelt wat in de individuele situatie als passende jeugdhulp kan worden aangemerkt. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de kinderen in het gezin die geen behoefte aan jeugdhulp hebben. Opgemerkt wordt dat ook in het geval personen uit het sociaal netwerk overbelast zijn of dreigen te geraken (tijdelijk) jeugdhulp mogelijk is.
Draagkracht en draaglast
Overbelasting wijst op een verstoring van het evenwicht tussen draagkracht en draaglast waardoor fysieke en/of psychische klachten ontstaan. Soms is het direct duidelijk dat de ouder(s) overbelast is of dreigt te geraken, maar soms ook niet. Niet alleen de omvang van de planbare hulp, zorg en/of ondersteuning maar ook de noodzaak tot het aanwezig zijn om die te bieden, kan van invloed zijn op de belastbaarheid van de ouder(s). Met andere woorden: het uitvoeren van enkele taken op vooraf gezette (gebruikelijke) momenten kan minder belastend zijn dan het uitvoeren van dezelfde taken waarbij veel toezicht en alertheid van de ouder(s) wordt verwacht. Er kunnen ook andere oorzaken zijn waardoor de ouder(s) overbelast is of dreigt te geraken. Denk bijvoorbeeld aan de omstandigheid dat gebruikelijke hulp wordt geboden op grond van de Wmo 2015, zoals overname van huishoudelijke taken. Ook het bieden van verpleging en verzorging op grond van de Zorgverzekeringswet (al dan niet met een pgb) kan een rol spelen.
Aannemelijk maken
Een beroep op (dreigende) overbelasting moet door de ouder(s) aannemelijk worden gemaakt en zonodig nader worden onderbouwd. Denk bijvoorbeeld aan een causaal verband tussen de (oorzaak van) de dreigende overbelasting en het op grond daarvan niet in staat zijn om hulp, zorg en/of ondersteuning te bieden. Is dat aannemelijk gemaakt, dan rust de plicht op het college om daar onderzoek naar te doen. Daarvoor zal de specifieke situatie van de ouder(s) bijvoorbeeld de fysieke en mentale gezondheidstoestand, in kaart worden gebracht. Zie ook Richtlijn beoordeling (dreigende) overbelasting bij de beleidsregels De ouder(s) is desgevraagd verplicht zijn medewerking te verlenen aan dat onderzoek. Weigert de ouder(s) dit, dan kan het college de noodzaak niet inhoudelijk beoordelen (CRVB:2019:276). Is de (dreigende) overbelasting vastgesteld én kan van de ouder(s) niet worden verwacht om deze op te heffen, dan zijn de eigen mogelijkheden ontoereikend.
Opheffen (dreigende) overbelasting
Het college kan van de ouder(s) verwachten dat hij ervoor zorgt dat de (dreigende) overbelasting wordt opgeheven. Dat is wel afhankelijk van de oorzaak van de (dreigende) overbelasting en het causale verband tussen de oorzaak en het niet kunnen bieden van hulp, zorg en/of ondersteuning aan de jeugdige. In de situatie dat de (dreigende) overbelasting voortkomt uit maatschappelijke activiteiten, mag het college verwachten dat de ouder(s) deze activiteiten tot een acceptabel niveau verminderd teneinde de (dreigende) overbelasting op te heffen. Denk bijvoorbeeld aan een zeer druk sociaal leven.
Pgb voor jeugdhulp
Wanneer het verstrekte pgb aan de ouder(s) wordt besteed en de (dreigende) overbelasting komt voort uit het bieden van die jeugdhulp, dan mag het college verwachten dat de ouder(s) een jeugdhulpverlener zoekt aan wie het pgb wordt besteed. Het college zal in die gevallen wel moeten beoordelen of aan de voorwaarden wordt voldaan om voor een pgb in aanmerking te komen. Mocht de ouder(s) daartoe niet overgaan, dan kan het college het recht op dat pgb beëindigen omdat een pgb niet mag worden besteed aan ouders die overbelast zijn of dreigen te geraken (art. 4.2, eerste lid aanhef en onder b, van de verordening). Daarnaast kan bij (dreigende) overbelasting ook niet meer worden gesproken van aantoonbare betere, effectievere jeugdhulp die aantoonbaar doelmatiger is dan jeugdhulp in natura (art. 4.2, vijfde lid, van de verordening).
Gedwongen keuze opzeggen baan
Onverminderd wat hiervoor over het mogelijk verstrekken van jeugdhulp in natura is gezegd, kan niet worden uitgesloten dat de ouder(s) voor een gedwongen keuze staan tussen het verlenen van hulp, zorg en/of ondersteuning aan zijn kind of het verwerven van een inkomen. Het gaat dan om de situatie dat door deze gedwongen keuze een ontoereikend gezinsinkomen ontstaat. Nadrukkelijk wordt opgemerkt dat het hier om de situatie gaat waarin de ouders nog niet zelf een dergelijke maatregel hebben getroffen. Daarnaast geldt ook dat de ouder(s) aantoonbare betere, effectievere jeugdhulp moeten kunnen bieden die aantoonbaar doelmatiger is dan jeugdhulp in natura (art. 4.2, vijfde lid, van de verordening). Dit wordt beoordeeld mede in samenhang met de gedwongen keuze om een betaalde baan (deels) op te zeggen.
3. Capaciteiten ouder(s)
Wanneer de ouder(s) - al dan niet tijdelijk - niet of over onvoldoende capaciteiten beschikt om de dagelijkse hulp, zorg en/of ondersteuning te bieden, dan zijn er (tijdelijk) geen of onvoldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. Afhankelijk van de problemen die ouders ondervinden, kan het college jeugdhulp verstrekken in de vorm van opvoedondersteuning. Die is erop gericht om de ouder(s) instrumenten in handen te geven waardoor zij (weer) in staat zijn de dagelijkse hulp, zorg en/of ondersteuning te bieden. Het college beoordeelt vanzelfsprekend ook of een vrij-toegankelijke voorziening een passende oplossing kan bieden.
4.Maatregelen die de ouder(s) zelf heeft getroffen
Wanneer de ouder(s) op het moment van de melding zelf al maatregelen heeft getroffen om te voorzien in de hulp, zorg en/of ondersteuning van de jeugdige, dan ligt het niet voor de hand dat het college een noodzaak voor het verstrekken jeugdhulp vaststelt. Ouders beschikken in die gevallen in beginsel over eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. Denk bijvoorbeeld aan het (deels) opzeggen van een baan. Dat de hulp, zorg en/of ondersteuning van de jeugdige meer is dan normaal bij kinderen van eenzelfde leeftijd en ontwikkelingsniveau maakt dat niet anders. Mocht blijken dat ouder(s) daardoor overbelast zijn of dreigen te geraken, dan kan het college jeugdhulp (in natura) verstrekken, zie onder 2 (overbelasting of dreigende overbelasting ouders). Aanspraak op een pgb kan in deze situatie niet worden uitgesloten, maar er geldt wel dat het pgb niet aan de ouder(s) mag worden besteed (art. 4.2, eerste lid aanhef en onder b, van de verordening).
Pgb tegen inkomensderving
Een pgb is niet bedoeld als middel tegen inkomensderving of om het inkomen van ouders aan te vullen (RBROT:2018:689). Dat neemt echter niet weg dat het deels opzeggen van een baan geen rol kan spelen. Stelt het college echter vast dat het gezinsinkomen toereikend is en de ouder daardoor geen gedwongen keuze hoeft te maken tussen het verlenen van jeugdhulp aan zijn kind of het verwerven van een inkomen, is sprake van voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen en hoeft het college geen pgb toe te kennen (RBROT:2019:52).
3. Wat van de ouder(s) redelijkerwijs verwacht mag worden
Algemene uitgangspunten leeftijd en ontwikkelingsfase
Gelet op de zorgplicht van de ouder(s) valt het bieden van de benodigde (dagelijkse) hulp, zorg en/of ondersteuning die past (hoort) bij de leeftijd en ontwikkelingsfase van hun kind in ieder geval onder de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van ouders. Het kan daarbij ook gaan om activiteiten die niet ‘standaard’ bij alle kinderen van een bepaalde leeftijd noodzakelijk zijn, maar die wel van ouders aan kinderen mag worden verwacht. Zo is het bijvoorbeeld niet ongebruikelijk dat kinderen van 4 jaar nog stimulans, toezicht of hulp nodig hebben bij het naar het toilet gaan. Bij kinderen met een behoefte aan jeugdhulp kan het binnen de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van ouders vallen om de dagelijkse hulp, zorg en/of ondersteuning te bieden, die meer kan zijn dan gemiddeld bij kinderen zonder behoefte aan jeugdhulp in dezelfde leeftijd. Immers, ook bij kinderen van dezelfde leeftijd kan de inzet van de dagelijkse hulp verschillen van kind tot kind. Zie verder de Richtlijn Hulp, zorg en/of ondersteuning van ouder(s) aan minderjarige kinderen als bijlage bij de beleidsregels.
Mogelijkheden van personen uit het sociaal netwerk
Personen uit het sociaal netwerk kunnen een bijdrage leveren aan de oplossing van de hulpvraag. Of dat zo is en in welke mate, komt aan de orde bij het onderzoek dat het college uitvoert als een jeugdige en/of zijn ouder(s) zich meldt met een hulpvraag. Van ouders wordt in principe verwacht dat zij onderzoeken wat de mogelijkheden binnen het sociaal netwerk zijn. In de wet komt het term sociaal netwerk wel voor maar er wordt geen begripsbepaling van gegeven. Daarom wordt aangesloten bij de begripsbepaling die is opgenomen in de Wmo 2015. Het gaat om personen uit de huiselijke kring. Daaronder kunnen een familielid, huisgenoot, (voormalig) echtgenoot of andere personen vallen met wie de jeugdige en/of zijn ouder(s) een sociale relatie onderhouden. De ouders vallen in ieder geval onder het sociaal netwerk (TK 2012/13, 33 684, nr. 11, p. 17). Opgemerkt wordt dat de hulp, zorg en/of ondersteuning van personen uit het sociaal netwerk, niet zijnde de ouder(s), niet afdwingbaar is.
Gebruikmaking algemene voorzieningen
Onder de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders valt in ieder geval het gebruik van beschikbare en geschikte algemene voorzieningen. Dat wil zeggen als een algemene voorziening een passende oplossing biedt voor de behoefte aan jeugdhulp, dan kan de aanvraag worden afgewezen.
Zorgverlof of tijdelijk minder werken
Ouders kunnen mogelijk hun betaalde baan (tijdelijk) niet combineren met de hulp, zorg en/of ondersteuning van hun kind. Het college mag van ouders verwachten dat zij onderzoek doen naar de mogelijkheden van zorgverlof (kortdurend of langdurend) of tijdelijk minder werken. De resultaten van dat onderzoek worden gezamenlijk besproken en meegewogen bij de beslissing. Het spreekt voor zich dat als het zorgverlof of tijdelijk minder werken tot een ontoereikend gezinsinkomen zal leiden, dit niet van ouders wordt verwacht.
Er zijn meer voorbeelden denkbaar, er is geen limitatief overzicht beoogd.
4. Overige relevante factoren
Bij de beoordeling van de vraag of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders toereikend zijn, kunnen ook een aantal overige factoren een rol spelen.
Samenstelling van het gezin
Het behoeft in het algemeen geen toelichting dat een kind met een behoefte aan jeugdhulp een zware wissel kan trekken op het gezin. Denk in dit verband aan gezinnen met minderjarige kinderen die geen behoefte aan jeugdhulp hebben en/of meerderjarige kinderen. Een gezin kan in disbalans geraken gelet op de verdeling van de beschikbare tijd van ouders. Het is in zo’n geval mogelijk om een jeugdhulpvoorziening te verstrekken om ouders en het gezin te ontlasten. Dat kan met jeugdhulp in de vorm van het (deels) overnemen van zorg, hulp en/of ondersteuning in natura of jeugdhulp in de vorm van wonen en verblijf (vervanging thuis).
Overige activiteiten
Het kan zijn dat ouders belast zijn met andere verplichte activiteiten die niet als jeugdhulp worden aangemerkt. Denk aan bijvoorbeeld aan de zorg voor de andere kinderen van het gezin of activiteiten in het kader van revalidatie van de jeugdige. Er zijn meer voorbeelden denkbaar, er is geen limitatief overzicht beoogd.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.5