Naar hoofdinhoud
Om zoveel mogelijk maatwerk te kunnen bieden is jeugdhulp ingekocht volgens het Twents model en wordt verstrekt op basis van de ondersteuningsbehoefte(n) van de jeugdige en/of zijn ouder(s) met een bijbehorend niveau. Hiermee wordt duidelijk welk resultaat met de ondersteuning moet worden bereikt. Naast de ondersteuningsbehoeften kan het college wonen en verblijf verstrekken. Denk bijvoorbeeld aan pleegzorg en vervanging thuis in de vorm van logeeropvang. Vier ondersteuningsbehoeften Er zijn vier ondersteuningsbehoeften met elk drie niveaus. Het niveau is gebaseerd op kenmerken van de jeugdige en/of gezinssysteem (sociaal netwerk). Dat betekent dat ook personen uit het sociaal netwerk een rol kunnen spelen. Dat wil zeggen zowel in positieve als ook in negatieve zin. Elke ondersteuningsbehoefte is gebaseerd op tijd. Het college maakt daarom ook een inschatting van de omvang en de duur van de ondersteuning. De omvang van de ondersteuning wordt vermenigvuldigd met de prijs. Op deze manier wordt het budget bepaald dat de jeugdhulpaanbieder maximaal kan declareren voor het bereiken van het resultaat. De jeugdhulpaanbieder declareert op basis van de ondersteuningsbehoefte en het niveau dat door het college is vastgesteld. De declaratie voor individuele ondersteuning is gebaseerd op minuutprijzen en de groepsondersteuning is gebaseerd op een prijs per dagdeel (4 uur). Zelfredzaamheid en participatie worden samengevat in dagelijkse handelingen en praktische zaken. Daaronder wordt verstaan: eten medicatie gebruik drinken in en uit bed komen, in stoelen gaan zitten en weer opstaan bewegen, lopen, verplaatsen ontspanning zinvolle activiteit, invulling van de dag, tijdsbesteding etc. aan- en uitkleden gesprek voeren toiletgang lichaamswarmte regelen (bv. kachel hoger/lager kunnen zetten, bijbehorende kleding uitkiezen) lichamelijke hygiëne deelname aan het maatschappelijk verkeer sociale vaardigheden sociale redzaamheid deelname aan de samenleving huishouden Er zijn meer voorbeelden denkbaar. Om de dagelijkse handelingen en praktische zaken uit te kunnen voeren moet de jeugdige daar lichamelijk toe in staat zijn maar ook over vaardigheden beschikken. De vaardigheid is het vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren of een probleem op te lossen. Een vaardigheid op een of ander gebied wordt veelal vergaard door praktische ervaring; door korte of langere tijd regelmatig te oefenen. Leeftijdsadequaat gaat over de vraag wat een passende ontwikkeling is bij de (kalender)leeftijd van de jeugdige. Specialistische/therapeutisch hulp Training, coachen of begeleiden naar zelfstandig(er) functioneren door het aanleren en oefenen van nieuwe vaardigheden. Hieronder worden ook interventies op gezinssysteem niveau verstaan. Dat wil zeggen dat ook personen uit het sociaal netwerk betrokken kunnen worden bij de ondersteuning die door de jeugdhulpaanbieder wordt geboden. Gedragsproblemen De mate waarin zich (ernstige) gedragsproblemen voordoen bij de jeugdige kan bepalend zijn voor de ondersteuningsbehoefte maar ook voor het bijbehorende niveau. Er is sprake van ernstige gedragsproblemen wanneer een jeugdige een patroon heeft ontwikkeld van negativistisch, opstandig, ongehoorzaam en vijandig gedrag tegenover autoriteitsfiguren, of van gedrag waarbij de grondrechten van anderen en belangrijke sociale normen of regels worden overtreden. De problemen zijn op zijn minst enkele maanden aanwezig. Bovendien moet er sprake zijn van een beperking in het functioneren van de jeugdige en/of van lijdensdruk voor de jeugdige zelf, zijn ouders of omgeving. Er zijn vier subtypen gedragsproblemen te onderscheiden. Deze hebben de volgende kenmerken: dwars en opstandig gedrag prikkelbaar en driftig gedrag antisociaal gedrag druk en impulsief gedrag Bovenstaande gedragsproblemen kunnen zonder of met agressief gedrag voor komen.

Rechtspraak bij dit artikel