Artikel 4.1, tweede lid, van de verordening
De verordening bepaalt dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) de hulpvraag eerst moet melden bij het college alvorens een aanvraag in te dienen. Is een indicatie voor een individuele voorziening vastgesteld, dan kan het voor komen dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) het college verzoekt om een pgb met terugwerkende kracht te verstrekken. De verordening bepaalt de cumulatieve voorwaarden om zo’n verzoek te honoreren.
Beoordeling Pgb met terugwerkende kracht
De wet strekt er niet toe dat het college gehouden is om een individuele voorziening in de vorm van een pgb te verstrekken als de (gevraagde) individuele voorziening al vóór de melding van de hulpvraag of de aanvraag is ingezet (vergelijk CRVB:2017:433). Onbekendheid van jeugdigen of ouders met de geldende regelingen komen in principe voor eigen rekening en risico (vergelijk CRVB:1993:ZB2748). Dit betekent dat de bewijslast op de jeugdige en/of zijn ouder(s) rust om aan te tonen dan wel aannemelijk te maken dat de aanvraag niet eerder kon worden ingediend dan wel dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) zich niet eerder bij het college kon melden. Wordt aan deze voorwaarde niet voldaan, dan wordt geen pgb met terugwerkende kracht verstrekt. Is echter vastgesteld dat de melding of aanvraag niet eerder kon worden gedaan, dan beoordeelt het college verplichtingen zijn aangegaan met derden die niet meer teruggedraaid kunnen worden. De jeugdige en/of zijn ouders moet dat aantonen met bijvoorbeeld een overeenkomst. Vervolgens is het zo dat het college in staat moet zijn om de noodzaak van de betreffende individuele voorziening vast te stellen. Is dat niet meer mogelijk, dan liggen de gevolgen daarvan in de risicosfeer van de jeugdige en/of zijn ouder(s). Kan het college de noodzaak nog wel vaststellen, dan kan in principe worden overgegaan tot het met terugwerkende kracht verstrekken van een individuele voorziening in de vorm van een pgb.
Ingangsdatum jeugdhulp
Het spreekt voor zich dat in het geval een aanvraag wordt gedaan voor jeugdhulp er wel een indicatie kan worden verstrekt maar niet met terugwerkende kracht. Dit laat overigens onverlet dat de inzet van spoedzorg onverkort van toepassing blijft.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2