Naar hoofdinhoud
Algemene beoordeling pgb-bekwaamheid Het college moet dus beoordelen of de jeugdige of zijn ouder(s) pgb-bekwaam is. Dat moet in ieder geval blijken uit: Een goed overzicht van de eigen situatie kunnen houden. De jeugdige of zijn ouder(s) weet welke ondersteuning hij nodig heeft. De jeugdige of zijn ouder(s) moet dat zelf kunnen vertellen. Weten welke regels er horen bij een pgb. De jeugdige of zijn ouder(s) kent de regels of weet waar die regels te vinden zijn en kan deze ook begrijpen. Het helpt als de jeugdige of zijn ouder(s) digitaal vaardig is. Een overzichtelijke pgb-administratie kunnen bijhouden. De jeugdige of zijn ouder(s) weet bijvoorbeeld ook welk deel van het pgb al uitgegeven is. Een overzichtelijke pgb-administratie is niet alleen handig voor de de jeugdige of zijn ouder(s) zelf, maar de administratie kan ook nodig zijn als het college daarom vraagt. Communiceren met de gemeente, de Svb en ondersteuners. De jeugdige of zijn ouder(s) moet uit zichzelf en zelfverzekerd kunnen communiceren met andere partijen. Bijvoorbeeld op tijd brieven van de gemeente of de Svb beantwoorden. Of telefoongesprekken voeren met ondersteuners. En als er iets verandert, moet de jeugdige of zijn ouder(s) dat zelf aangeven. Zelfstandig handelen en zelf voor ondersteuners kiezen. De jeugdige of zijn ouder(s) moet zelf ondersteuners uitzoeken en afspraken maken over de ondersteuning die ze (moeten) gaan geven. Zelf afspraken maken, deze afspraken bijhouden en zich hier aan houden. De jeugdige of zijn ouder(s) moet tussendoor controleren of alles volgens afspraak verloopt. Bijvoorbeeld of de ondersteuner genoeg uren maakt (conform de overeenkomst). Omgekeerd moet de jeugdige of zijn ouder(s) kunnen laten zien dat ondersteuning wordt ingekocht waarvoor het pgb bestemd is. Beoordelen of de ondersteuning uit het pgb past. En of de kwaliteit van de ondersteuning in orde is. Als de jeugdige of zijn ouder(s) de ondersteuning niet goed vindt, kan hij uitleggen waarom dat zo is. Als de ondersteuning niet volgens afspraak verloopt, moet de jeugdige of zijn ouder(s) zelf kunnen ingrijpen. Bijvoorbeeld door de ondersteuner op te bellen. En uit te leggen wat er niet goed gaat. Zelf de ondersteuning regelen met één of meer ondersteuners. En dat zo regelen dat er altijd ondersteuning is, ook als de (vaste) ondersteuner ziek is of op vakantie gaat. De jeugdige of zijn ouder(s) moet zelf ondersteuners kunnen kiezen die goed bij de situatie van de jeugdige passen. De jeugdige of zijn ouder(s) moet er zelf op toezien of zij hun werk goed doen. Als de ondersteuner ziek is, moet de jeugdige en/of zijn ouder(s) zelf vervanging kunnen regelen. Zorgen dat de ondersteuners die voor de budgethouder werken weten wat ze moeten doen. De jeugdige of zijn ouder(s) durft een gesprek te beginnen als de ondersteuners hun werk niet goed doen. De jeugdige of zijn ouder(s) betaalt de ondersteuner en is zijn werkgever of opdrachtgever. De jeugdige of zijn ouder(s) moet dan goed kunnen vertellen wat ze moeten doen. Weten wat de budgethouder moet doen als werkgever of opdrachtgever van een ondersteuner. Het is niet erg als de jeugdige of zijn ouder(s) sommige regels over hoe een werkgever of opdrachtgever moet zijn niet kent. Bijvoorbeeld bij ontslag van een ondersteuner. Maar de jeugdige of zijn ouder(s) moet de informatie daarover wel zelf kunnen vinden. Bijvoorbeeld bij instanties die hierover advies geven. Er is geen limitatieve opsomming beoogd. Overnemen van de bekwaamheid Is de jeugdige of zijn ouder(s) niet pgb-bekwaam, dan kan iemand uit het sociale netwerk dan wel: een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde dat overnemen. Het college beoordeelt dan of die persoon in staat is de aan het pgb verbonden taken uit te voeren. Omdat gesloten jeugdhulp niet is uitgesloten van een pgb zou een gecertificeerde instelling de pgb-bekwaamheid over kunnen nemen. Dat zal zich in de praktijk niet of nauwelijks voordoen. Jeugdige of ouder(s) budgethouder Bij jeugdigen onder de 16 jaar zijn het de ouders die over de pgb-bekwaamheid moeten beschikken om te voldoen aan de aan het pgb verbonden taken. Een jeugdige tussen de 16 en 18 jaar (met eventuele uitloop tot 23 jaar) kan budgethouder zijn. In dat geval is de jeugdige zelf degene die aan de voorwaarden van pgb-bekwaamheid moet voldoen. Het college neemt daarbij in aanmerking dat ouders tot 21 jaar ook financieel verantwoordelijk zijn voor hun kinderen en ook verantwoordelijk kunnen zijn voor bepaalde schulden van hen. Conflicterende belangen professionele jeugdhulpverleners Er kunnen zich bij het beoordelen van deze voorwaarde mogelijk conflicterende belangen voordoen. Denk bijvoorbeeld aan de omstandigheid dat degene die de pgb-bekwaamheid van de jeugdige en/of ouders overneemt ook degene is aan wie het pgb zal worden besteed. Het kan ook gaan om medewerkers die bij deze derde in dienst zijn of op een andere wijze aan de derde zijn verbonden. Is die derde geen persoon uit het sociaal netwerk (niet beroepsmatig) van de jeugdige en/of ouders, dan weigert het college het pgb op de grond dat de verantwoorde uitvoering van de pgb-taken kan worden beïnvloed. Immers kan deze derde niet zowel het belang van de jeugdige en/of ouders dienen als ook zijn eigen belang (vergelijk CRVB:2019:2803, RBGEL:2018:3911). Zie ook artikel 5.5, eerste lid aanhef en onder a van de verordening. Jeugdige budgethouder Is de jeugdige budgethouder en wenst hij het pgb te besteden aan zijn ouder(s), dan liggen conflicterende belangen voor de hand. De jeugdige moet in staat worden geacht om bijvoorbeeld degene die de ondersteuning biedt aan te sturen en zonodig bij te sturen. Dat is bij een kind-ouderrelatie tegennatuurlijk. Daarnaast kan een loyaliteitsconflict ontstaan omdat de jeugdige indirect verantwoordelijk is voor het inkomen van de ouder(s). Conflicterende belangen ouders De wet is er onder meer op gericht om te zorgen dat de jeugdige kan groeien naar zelfstandigheid. In het algemeen is het zo dat kinderen daarvoor ook ‘los’ moeten komen van hun ouder(s). Afhankelijk van de fase van de ontwikkeling van de jeugdige (en zijn beperkingen) kan daarvoor professionele deskundigheid nodig zijn. Dit om bijvoorbeeld de autonomie te bevorderen. Het college beoordeelt of besteding van het pgb aan de ouder(s) in de weg staat aan het groeien naar zelfstandigheid. Conflicterende belangen sociaal netwerk Het is nadrukkelijk niet gezegd dat bij de besteding van pgb aan een persoon uit het sociaal netwerk (niet beroepsmatig) geen sprake kan zijn van conflicterende belangen! Echter van deze personen ligt de betrokkenheid op de jeugdige en/of zijn ouder(s) (diens belang) - gelet op de persoonlijke relatie - meer voor hand. Het college zal ook hier onderzoek moeten doen naar een mogelijke ongewenste belangenverstrengeling. Het college kan echter ook tot het oordeel komen dat de persoon uit het sociaal netwerk de ondersteuning niet cliëntgericht kan bieden omdat er sprake is van belangenverstrengeling. Het pgb kan voor degene die de ondersteuning biedt een (belangrijke) bron van inkomen vormen. Gegrond vermoeden Het kan ook voor komen dat het college een (gegrond) vermoeden heeft dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) problemen zal krijgen met het uitvoeren van de taken die horen bij een pgb. Denk bijvoorbeeld aan: schuldenproblematiek; een gok- of drugsverslaving; niet over een positief sociaal netwerk beschikken; in een hoge mate beïnvloedbaar zijn. Er is geen limitatief overzicht beoogd. Is er zowel bij de jeugdige en/of zijn ouders (budgethouder) als derde aan wie het pgb wordt besteed problematische schulden- en/of verslavingsproblematiek, dan wordt het pgb geweigerd (art. 5.5, eerste lid aanhef en onder b, van de verordening). 2.Motivatie-eis De tweede voorwaarde gaat over de vraag of de jeugdige of zijn ouder(s) hun wens voor een pgb voldoende motiveren. Het gaat om de motivering van het standpunt dat de individuele voorziening in natura, voor hen niet passend is. Uit TK 2013/14, 33 684, nr. 11 blijken de volgende voorbeelden. Als: de jeugdhulp niet goed vooraf is in te plannen, de jeugdhulp op ongebruikelijke tijden of op veel korte momenten per dag geboden moet worden, jeugdhulp op verschillende locaties moet worden geleverd, het noodzakelijk is om 24 uur jeugdhulp op afroep te organiseren, of als de ondersteuning door de aard van de beperking door een vaste hulpverlener moet worden geboden. Oriënteren op natura aanbod Het college kan de jeugdige of zijn ouder(s) vragen om aan te tonen dat zij zich hebben georiënteerd op het door het college gecontracteerde aanbod 'in natura' en daarbij moeten aangeven waarom dat aanbod niet passend is zij deze niet passend achten. Het college mag daar geen eisen aan stellen. Dat wil zeggen als de jeugdige of zijn ouder(s) een motivering geven waaruit ook blijkt dat zij zich hebben georiënteerd op het gecontracteerde aanbod in natura, is dat in principe voldoende. 3.Kwaliteitseisen De verordening bepaalt dat degene aan wie het pgb wordt besteed moet voldoen aan de eisen die gelden voor de jeugdhulpaanbieders die door het college zijn gecontracteerd. In principe gelden deze eisen onverkort als de jeugdige of zijn ouder(s) het pgb besteed aan een professionele jeugdhulpverlener. Voor personen uit het sociaal netwerk kan dat anders liggen, als het pgb daardoor onbereikbaar wordt terwijl wel wordt voldaan aan de kwaliteitseisen die in het algemeen gesteld worden (passende jeugdhulp). Zo gelden voor hen niet de opleidingseisen en/of registratie eisen (bijv. SKJ). Reguliere werkweek Het aspect van veiligheid (in de zin van kwaliteit) heeft ook betrekking op de vraag of de ondersteuner de noodzakelijke omvang van de ondersteuning wel kan bieden. Deze vraag zal zich met name voordoen bij ZZP-ers en bij personen uit het sociaal netwerk. Een ZZP-er zal namelijk ook door andere ouder(s) of jeugdigen worden ingehuurd. Denk in dit geval aan de 40-urige werkweek (maximaal). Voor een persoon uit het sociaal netwerk kunnen werkzaamheden maar ook andere activiteiten een rol spelen. Specifiek Als het pgb wordt besteed aan de inkoop van wonen en verblijf, dan gelden specifieke criteria. Denk bijvoorbeeld aan het landelijk kwaliteitskader gezinshuizen, tenzij het pgb voor personen uit het sociaal netwerk (niet beroepshalve werkzaam) onbereikbaar wordt. Nadrukkelijk wordt opgemerkt dat steeds sprake moet zijn van passende kwalitatieve jeugdhulp. Vaktherapeuten kunnen zich niet registeren bij het SKJ maar zij kunnen wel als niet-geregistreerd professional worden ingezet. Daarbij geldt de voorwaarde tot registratie bij de Stichting Register Vaktherapeutische Beroepen (SRVB). Ondersteuning door personen die behoren tot het sociaal netwerk Personen behorend tot het sociaal netwerk van de jeugdige en/of zijn ouder(s) worden niet als professionele ondersteuner aangemerkt, tenzij sprake is van een ZZP-er of een dienstverband bij een professionele organisatie. De jeugdige en/of zijn ouder(s) zal allereerst zijn keus om met het pgb iemand uit het sociale netwerk in te schakelen moeten motiveren. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: De persoon uit het sociale netwerk mag daarbij op geen enkele wijze druk op de jeugdige en/of zijn ouder(s) hebben uitgeoefend bij zijn besluitvorming. Dat wil zeggen de jeugdige en/of zijn ouder(s) mag in dat kader niet door deze persoon worden beïnvloed. Is de persoon uit het sociale netwerk in staat om de gevraagde ondersteuning te bieden? En zo ja, waar blijkt dat uit? Is voldoende aannemelijk dat de persoon aan wie het pgb wordt besteed niet overbelast is of dreigt te geraken? Is de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende gewaarborgd? Opgemerkt wordt dat de verordening eisen stelt aan de ondersteuning als het pgb wordt besteed aan een persoon uit het sociaal netwerk. Bedenk ook dat de ouder(s) ook degene kunnen zijn aan het wie het pgb wordt besteed. Het belang van de jeugdige en/of zijn ouder(s) die met een pgb eigen regie wil behouden staat altijd voorop. Professionele distantie Bij gespecialiseerde jeugdhulp is het niet toegestaan het pgb te besteden aan een persoon uit het sociaal netwerk (art. 4.2, vierde lid, van de verordening). Dat laat onverlet dat het college ook in andere gevallen beoordeelt of er sprake is van voldoende professionele distantie tussen de derde aan wie het pgb wordt besteed en de jeugdige en/of zijn ouder(s). Dat wil onder meer zeggen dat het niet de bedoeling is de ‘betrokken partijen’ aan elkaar hechten. Afhankelijk van de mate van de beperkingen van de jeugdige kan deze professionele distantie een belangrijke rol spelen bij het behalen van het resultaat dat met de ondersteuning moet worden bereikt. Zo kan te veel emotionele betrokkenheid van de jeugdhulpverlener een negatief effect hebben op de relatie jeugdige-jeugdhulpverlener. De jeugdige kan ook (te) afhankelijk worden van de jeugdhulpverlener. Het college beoordeelt of de jeugdhulpverlener handelt volgens de geldende professionele standaard die geldt in de beroepsgroep. Ook kan het voor komen dat de beoogde ondersteuner al (te) lang betrokken is bij de jeugdige en/of zijn gezinssysteem. Dat kan de professionele kijk op de jeugdige vertroebelen. Ook in die gevallen zal het college moeten beoordelen of nog gesproken kan worden van voldoende professionele distantie met het oog op de kwaliteit van de ondersteuning. De ouders vallen ook onder het sociaal netwerk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel