Artikel 5.6 van de verordening
Artikel 2.1 en 2.3 Nadere regels
Hulpmiddelen
De hoogte van het pgb voor hulpmiddelen bedraagt niet meer dan het maximum van de kostprijs waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende noodzakelijke kosten. Onder de kostprijs wordt de huurprijs verstaan die het college verschuldigd is aan de aanbieder waaronder eventueel bijkomende kosten zoals instandhoudingskosten. Het kan voor komen dat het aangewezen hulpmiddel niet in het assortiment zit van de gecontracteerde partij en dat er geen afspraken zijn gemaakt dat de aanbieder het betreffende hulpmiddel aanschaft. In die gevallen zal de hoogte van het pgb worden vastgesteld op basis van de koopprijs die het college verschuldigd is (of zou zijn) aan de aanbieder (al dan niet naar rato in verband met de economische afschrijftermijn), waaronder eventueel bijkomende kosten zoals instandhoudingskosten. Het college kan zelf een offerte opvragen of de offerte wordt door de cliënt wordt overhandigd. Het kan ook om meerdere offertes gaan zodat de goedkoopst passende bijdrage kan worden bepaald.
Omvang pgb hulpmiddel
Onder de kostprijs wordt de huurprijs verstaan die het college verschuldigd is aan de aanbieder. Het gaat om een maandbedrag. Dat wil zeggen dat het pgb ook maandelijks aan de cliënt wordt overgemaakt. Wenst de cliënt een hulpmiddel te huren bij de door het college gecontracteerde partij, dan gaat het in ieder geval om een toereikend pgb. Wil de cliënt echter een andere maatwerkvoorziening aanschaffen waarmee het resultaat ook wordt bereikt, dan kan een pgb worden verstrekt. Het college gaat daarbij uit van het geïndiceerde hulpmiddel en de afschrijvingsperiode die daarvoor wordt gehanteerd. De maandelijkse kostprijs wordt vermenigvuldigd met 12 maanden en de afschrijvingsperiode in jaren.
Woningaanpassing
Het spreekt voor zich dat de te realiseren woningaanpassing moet voldoen aan de vereiste kwaliteitseisen waaronder veiligheid. Om die reden zal uit bijvoorbeeld de offerte een door het college goed te keuren programma van eisen moeten blijken. Woningaanpassingen zullen doorgaans ook moeten voldoen aan de eisen van het vigerende Bouwbesluit. Daarnaast kan het zijn dat in de bouwvergunning of afwijking van het bestemmingsplan voorwaarden staan waar de woningaanpassing aan moet voldoen. Aan degene die de woningaanpassing zal gaan uitvoeren mag het college om voornoemde redenen dan ook kwaliteitseisen stellen. Bijvoorbeeld het beschikken over het BouwGarantKeurmerk.
Offertes woningaanpassing
Mede gelet op het principe van de goedkoopst passende bijdrage, is in veel gevallen het vragen van meer dan één offerte gewenst. Het aantal op te vragen offertes door het college of de cliënt is afhankelijk van de kosten van de woningaanpassing, waarbij het volgende als uitgangspunt wordt gehanteerd. Bij bedragen tot (naar schatting) € 50.000,- kan worden volstaan met één offerte. Op basis van de offerte (en bijbehorend Programma van Eisen) stelt het college de hoogte van het pgb vast. Daaruit blijkt dan wie de opdracht krijgt van het college of van de cliënt (in geval van een pgb) om de woningaanpassing uit te voeren. Nadat het besluit genomen is, kan met het uitvoeren van de woningaanpassing worden gestart.
Overige kosten
Daarnaast kan het zijn dat er naast de kosten van de woningaanpassing ook nog andere noodzakelijke kostenposten zijn die het college in aanmerking neemt. Denk bijvoorbeeld aan de kosten van architect of legeskosten.
Hoofdstuk 12
Artikel 12.13