Algemene beoordeling pgb-bekwaamheid
Het college moet dus beoordelen of de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger pgb-bekwaam is. Dat moet in ieder geval blijken uit:
Een goed overzicht van de eigen situatie kunnen houden. De cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger weet welke ondersteuning hij nodig heeft. De cliënt moet dat zelf kunnen vertellen.
Weten welke regels er horen bij een pgb. De cliënt kent de regels of weet waar die regels te vinden zijn en kan deze ook begrijpen. Het helpt als de cliënt digitaal vaardig is.
Een overzichtelijke pgb-administratie kunnen bijhouden. De cliënt weet bijvoorbeeld ook welk deel van het pgb al uitgegeven is. Een overzichtelijke pgb-administratie is niet alleen handig voor de cliënt zelf, maar de administratie kan ook nodig zijn als het college daarom vraagt.
Communiceren met de gemeente, de Svb en ondersteuners. De cliënt moet uit zichzelf en zelfverzekerd kunnen communiceren met andere partijen. Bijvoorbeeld op tijd brieven van de gemeente of de Svb beantwoorden. Of telefoongesprekken voeren met ondersteuners. En als er iets verandert, moet de cliënt dat zelf aangeven.
Zelfstandig handelen en zelf voor ondersteuners kiezen. De cliënt moet zelf ondersteuners uitzoeken en afspraken maken over de ondersteuning die ze (moeten) gaan geven.
Zelf afspraken maken, deze afspraken bijhouden en zich hier aan houden. De cliënt moet tussendoor controleren of alles volgens afspraak verloopt. Bijvoorbeeld of de ondersteuner genoeg uren maakt (conform de overeenkomst). Omgekeerd moet de cliënt kunnen laten zien dat ondersteuning wordt ingekocht waarvoor het pgb bestemd is.
Beoordelen of de ondersteuning uit het pgb past. En of de kwaliteit van de ondersteuning in orde is. Als de cliënt de ondersteuning niet goed vindt, kan hij uitleggen waarom dat zo is. Als de ondersteuning niet volgens afspraak verloopt, moet de cliënt zelf kunnen ingrijpen. Bijvoorbeeld door de ondersteuner op te bellen. En uit te leggen wat er niet goed gaat.
Zelf de ondersteuning regelen met één of meer ondersteuners. En dat zo regelen dat er altijd ondersteuning is, ook als de (vaste) ondersteuner ziek is of op vakantie gaat. De cliënt moet zelf ondersteuners kunnen kiezen die goed bij de situatie van de cliënt passen. De cliënt moet er zelf op toezien of zij hun werk goed doen. Als de ondersteuner ziek is, moet de cliënt zelf vervanging kunnen regelen.
Zorgen dat de ondersteuners die voor de budgethouder werken weten wat ze moeten doen. De cliënt durft een gesprek te beginnen als de ondersteuners hun werk niet goed doen. De cliënt betaalt de ondersteuner en is zijn werkgever of opdrachtgever. De cliënt moet dan goed kunnen vertellen wat ze moeten doen.
Weten wat de budgethouder moet doen als werkgever of opdrachtgever van een ondersteuner. Het is niet erg als de cliënt sommige regels over hoe een werkgever of opdrachtgever moet zijn niet kent. Bijvoorbeeld bij ontslag van een ondersteuner. Maar de cliënt moet de informatie daarover wel zelf kunnen vinden. Bijvoorbeeld bij instanties die hierover advies geven.
Er is geen limitatief overzicht beoogd.
Conflicterende belangen professionele ondersteuners
Er kunnen zich bij het beoordelen van de pgb-bekwaamheid conflicterende belangen voordoen. Wanneer blijkt dat de cliënt een beperkte invloed heeft op de beslissing om voor een pgb te kiezen, kan dat wijzen op een ongewenste belangenverstrengeling. Dit kan betekenen dat een verantwoorde uitvoering van de pgb-taken wordt beïnvloed door een andere persoon. Denk bijvoorbeeld aan de omstandigheid dat degene die de pgb-bekwaamheid van de cliënt overneemt ook de derde is aan wie het pgb zal worden besteed. Het kan ook gaan om medewerkers die bij deze derde in dienst zijn of op een andere wijze aan de derde zijn verbonden die invloed hebben op het pgb-beheer (CRVB:2019:2803). Artikel 8.5, eerste lid aanhef en onder a, van de verordening bepaalt in die gevallen dat het college het pgb weigert. De invloed van de derde op het zogeheten pgb-beheer is niet in lijn met het doel van het pgb en kan oneigenlijk gebruik van de wet in hand werken. Immers deze derde (een ZZP-er of ondersteuner in dienst bij een professionele organisatie) kan niet twee belangen dienen (CRVB:2019:2803, RBGEL:2018:3911).
Conflicterende belangen sociaal netwerk
Daarmee is nadrukkelijk niet gezegd dat als het pgb wordt besteed aan een persoon uit het sociaal netwerk (niet beroepsmatig) er geen sprake kan zijn van conflicterende belangen! Dat wil zeggen dat ook bij personen uit het sociaal netwerk sprake kan zijn van (ongewenste) beïnvloeding van het pgb-beheer. Echter van deze personen ligt de betrokkenheid op de cliënt (diens belang) - gelet op de persoonlijke relatie - mogelijk meer voor hand. Het college zal ook hier onderzoek moeten doen naar een mogelijke ongewenste belangenverstrengeling. Het college kan echter ook tot het oordeel komen dat de persoon uit het sociaal netwerk de ondersteuning niet cliëntgericht kan bieden omdat er sprake is van belangenverstrengeling. Het pgb kan voor degene die de ondersteuning biedt een (belangrijke) bron van inkomen vormen.
Gegrond vermoeden
Het kan ook voor komen dat het college een (gegrond) vermoeden heeft dat de cliënt problemen zal krijgen met het uitvoeren van de taken die horen bij een pgb. Denk bijvoorbeeld aan:
schuldenproblematiek,
een gok- of drugsverslaving,
niet over een positief sociaal netwerk beschikken,
in een hoge mate beïnvloedbaar zijn.
Er is geen limitatief overzicht beoogd. Is er zowel bij de cliënt als ook de derde aan wie het pgb zal worden besteed problematische schulden- en/of verslavingsproblematiek, dan wordt het pgb geweigerd (art. 8.5, eerste lid aanhef en onder b, van de verordening).
Hoofdstuk 12
Artikel 12.7