Er zijn twee uitzonderingen. In het geval van co-ouderschap waar het kind geen normaal gebruik kan maken van de woningen van de (co)ouders. Bij co-ouderschap delen de ouders de zorg voor het kind. In die situatie kan voor twee woningen een woningaanpassing en/of een traplift worden verstrekt. In het geval van losse hulpmiddelen wordt beoordeeld of één hulpmiddel voldoende is omdat die kan worden meegenomen naar de woning waar het kind verblijft. Alleen in de situatie van co-ouderschap kunnen dus in beide ouderlijke woningen woonvoorzieningen getroffen worden maar niet in situaties waarin sprake is van bezoekregelingen. Een tweede uitzondering gaat over het bezoekbaar maken van de woning. De verordening bepaalt voor wie het bezoekbaar maken van de woning is bestemd en wat daaronder valt (art. 4.9 van de verordening).
Hoofdstuk 8
Artikel 8.4