Naar hoofdinhoud
1.. De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een verstrekte maatwerkvoorziening in natura dan wel in de vorm van een pgb. 2.. De cliënt met een actueel (gezins)inkomen ter hoogte van 120% van de toepasselijke bijstandsnorm tot 1 januari 2021 geen bijdrage in de kosten verschuldigd, tenzij het beschermd wonen of opvang betreft. 3.. De maatwerkvoorziening collectief vervoer is uitgezonderd van het abonnementstarief. 4.. De bijdrage in de kosten is verschuldigd vanaf de maand waarin de ondersteuning feitelijk is geboden, het hulpmiddel feitelijk is geleverd, de woningaanpassing is gerealiseerd of het pgb is toegekend. 5.. De bijdrage in de kosten voor hulpmiddelen en woonvoorzieningen blijft verschuldigd als de cliënt tijdelijk geen gebruik maakt van de maatwerkvoorziening dan wel een pgb. 6.. De hoogte van de bijdrage in de kosten voor één of meerdere maatwerkvoorzieningen en/of pgb’s is gebaseerd op het maximale bedrag als bedoeld in artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet. 7.. Geen bijdrage in de kosten is verschuldigd voor: een rolstoelvoorziening, het vervoer van en naar de groepsondersteuning, maatwerkvoorzieningen voor personen in de leeftijd tot 18 jaar, een financiële maatwerkvoorziening. 8.. De bijdrage voor de opvang wordt vastgesteld en geïnd door de aanbieder die de opvang biedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel