Naar hoofdinhoud
1. Het lesgeld wordt in rekening gebracht ten aanzien van: a. een leerling, staande onder de ouderlijke macht, aan de vader of, indien de ouderlijke macht door de moeder alleen wordt uitgeoefend, aan de moeder; een leerling staande onder de voogdij van zijn vader of moeder, aan degene, die de voogdij uitoefent; een ongehuwde meerderjarige leerling die geacht kan worden niet zelfstandig in zijn onderhoud te kunnen voorzien, aan het hoofd van het gezin waar­toe hij behoort en op wiens kosten die leerling geheel of nagenoeg geheel wordt onderhouden; d. een deelnemer aan de hafa-cursus, aan de vereniging, die deze deelnemer op de muziekschool heeft laten inschrijven. 2. Pleegouderlijke zorg vervult in dit opzicht de plaats van de ouderlijke macht of de voogdij van de moeder of de vader. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg, voor onderhoud van het kind van anderen, als ware het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of het genieten van een vergoeding daarvoor. Mede wordt door de toepassing van de verordening tot pleegouderlijke zorg gerekend, de verzorging door besturen of eigenaren van kindertehuizen en dergelijke inrichtingen. 3. Indien met toepassing van de vorige leden geen lesgeld­plichtige kan worden aangewezen, wordt het lesgeld aan de leerling zelf in rekening gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel