1. Bij volledige afwezigheid wegens ziekte wordt gedurende de lopende en de eerstvolgende kalendermaand de vergoeding voor kosten OV of de maandelijkse vergoeding voor gebruik eigen vervoermiddel uitbetaald.
2. Bij (gedeeltelijke) werkhervatting herleeft de vergoeding als bedoeld in het eerste lid met ingang van de maand volgend op de maand waarin de werknemer weer werkzaam is op de werkplek, naar rato van het aantal reisdagen.
3. Bij zwangerschaps- en bevallingverlof en bij ander langdurig verlof van tenminste zes weken wordt de vergoeding met ingang van de eerste dag van het verlof stopgezet.
Hoofdstuk
Artikel 7
Ziekte of andere langdurige afwezigheid
Onderdeel van Regeling reiskostenvergoeding woon-werkverkeer