1. De basis vakantie-uren voor een werknemer met een voltijdsdienstverband is vastgesteld op 151,2 uur per kalenderjaar.

2. De in lid 1 bedoelde vakantie-uren worden in het kader van het leeftijdsbewust personeelsbeleid voor een werknemer met een voltijdsdienstverband vermeerderd met:

 14,4 uur indien de werknemer in het betreffende kalenderjaar de leeftijd van 35 t/m 44 jaar bereikt;

 28,8 uur indien de werknemer in het betreffende kalenderjaar de leeftijd van 45 t/m 54 jaar bereikt;

 43,2 uur indien de werknemer in het betreffende kalenderjaar de leeftijd van 55 en ouder bereikt.

3. Voor de werknemer die geen voltijdsdienstverband heeft gelden lid 1 en lid 2 naar evenredigheid.