Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Vergoeding dienstreizen

Onderdeel van Regeling vergoeding en verstrekking

1. De werknemer ontvangt in het kader van een dienstreis een reiskostenvergoeding, mits deze niet al wordt vergoed via een vergoeding voor woon-werkverkeer. 2. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de (dienst)fiets, bedrijfsauto of openbaar vervoer. De gemaakte kosten voor openbaar vervoer (2e klas) worden volledig vergoed. 3. Indien het organisatiebelang erbij is gebaat dat tijdens een dienstreis naast openbaar vervoer tevens gebruik wordt gemaakt van een (trein-)taxi, worden de aan dat taxigebruik verbonden kosten volledig vergoed. 4. Indien de dienstreis niet doelmatig met het openbaar vervoer kan worden afgelegd, kan aan de werknemer door de leidinggevende toestemming worden verleend voor gebruik van een eigen vervoermiddel. De vergoeding voor het gebruik van eigen vervoer bedraagt € 0,28 netto per kilometer. 5. Bij gebruik van eigen vervoer komt mede voor vergoeding in aanmerking: parkeer-, pont- en tolgelden. 6. Voor het bepalen van de reisafstand wordt gebruik gemaakt van de routeplanner die gekoppeld is aan het eHRM-systeem van de werkgever. 7. De werknemer kan declaraties in het kader van dienstreizen indienen via het eHRM-systeem. 8. Dienstreizen naar het buitenland zijn mogelijk na toestemming van de werkgever. Bij de aanvraag wordt een motivatie en kostenraming gevoegd, rekening houdend met de bepalingen uit paragraaf 10.3 Dienstreizen Buitenland van de Cao Rijk.

Rechtspraak bij dit artikel