Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Hoogte inconveniëntentoelage

Onderdeel van Regeling Inconveniëntentoelage

1. De werkgever bepaalt welke werkzaamheden bezwarend zijn en wie daardoor in aanmerking komt voor een maandelijkse toelage. 2. Voor de toekenning van de toelage wordt onderscheid gemaakt in drie gradaties: Gradatie 1: a. schoonmaken van rioolverzamelputten b. graven ruimen Gradatie 2: a. rioleringswerkzaamheden b. omgaan met gevaarlijke stoffen (KCA, graffiti) c. ophalen dumpingen d. bestratingswerkzaamheden e. inzamelen van afval f. opruimen van kadavers. Gradatie 3: a. schoonmaken en onderhoud van voertuigen/machines b. schilder- en timmerwerkzaamheden c. werken met klein gemotoriseerd materieel (bladblazer, bosmaaier, kettingzaag, diamantzaag, trilmachine, kango etc.) 3. De hoogte van de maandelijkse toelage is: a. Bij gradatie 1 : 8% van salarisschaal 4, periodiek 8 b. Bij gradatie 2 : 5% van salarisschaal 4, periodiek 8 c. Bij gradatie 3 : 3% van salarisschaal 4, periodiek 8 4. Voor een deeltijdfunctie geldt de toelage naar rato. 5. Als de werknemer werkzaamheden verricht uit verschillende gradaties dan geldt de toelage uit de hoogste gradatie.

Rechtspraak bij dit artikel