1. De adviesaanvraag als bedoeld in artikel 2:3 wordt tevens aan het lokaal overleg gezonden. Op basis van deze informatie wordt, voordat de werkgever een definitief besluit neemt over een organisatieverandering, overleg gevoerd met het lokaal overleg over:
a. de gevolgen op hoofdlijnen van het besluit voor de werkgelegenheid en/of de arbeidsvoorwaarden van de betrokken werknemers en de eventueel naar aanleiding daarvan te nemen maatregelen;
b. de vraag of de organisatieverandering - in relatie tot de onderwerpen onder sub a – plaats kan vinden volgens de bepalingen van hoofdstuk 3 van dit Sociaal Statuut (organisatieveranderingen via het principe van organisch veranderen) dan wel dat de bepalingen van hoofdstuk 4 (overige organisatieveranderingen) van toepassing worden verklaard. Organisatieveranderingen worden via de bepalingen van hoofdstuk 3 doorgevoerd, tenzij sprake is van:
- de verwachting dat de organisatieverandering leidt tot negatieve arbeidsvoorwaardelijke consequenties en/of aanpassing van de HR21-functie voor werknemers;
- de verwachting dat de organisatieverandering leidt tot aanwijzing van boventallige werknemers;
- privatisering of publiekrechtelijke taakoverheveling.
2. Het lokaal overleg stelt de ondernemingsraad in de gelegenheid haar standpunt kenbaar te maken ten aanzien van de vraag als bedoeld in het 1e lid onder b.
3. Binnen twee weken na ontvangst van de adviesaanvraag als bedoeld in het eerste lid maakt het lokaal overleg schriftelijk haar standpunt kenbaar ten aanzien van de vraag als bedoeld in het eerste lid, sub b.
4. Indien de organisatieverandering zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, stelt de werkgever in overleg met het lokaal overleg een sociaal plan op.
5. De werkgever legt het sociaal plan ter overeenstemming voor aan het lokaal overleg.
Hoofdstuk 2
Artikel 2:4
Overleg lokaal overleg
Onderdeel van Sociaal Statuut Gemeente Alphen aan den Rijn