Naar hoofdinhoud
1.. Het bepaalde in dit artikel is uitsluitend van toepassing op woonruimten als bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onderdeel c, die door burgemeester en wethouders zijn aangewezen voor werknemers in de sectoren onderwijs en zorg. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen, in aanvulling op het eerste lid, bij nadere regeling andere sectoren aanwijzen waarvoor het bepaalde in dit artikel geldt. 3.. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor het in gebruik nemen of geven van woonruimte die is aangewezen als bedoeld in het eerste lid, dient de woningzoekende bescheiden in te dienen waarmee aangetoond wordt dat aan de volgende criteria is voldaan: de werkgever heeft de woningzoekende schriftelijk voorgedragen en verklaart dat toewijzing in het geval van betreffende woningzoekende wenselijk is met het oog op het terugdringen van het tekort aan werknemers in de sectoren onderwijs en zorg in de gemeente Amsterdam. de woningzoekende heeft een vaste aanstelling of een aanstelling voor tenminste één jaar voor tenminste twintig uur per week bij een onderwijs- of zorginstelling en is of wordt bij deze instelling permanent werkzaam op een locatie in de gemeente Amsterdam; en, de woningzoekende beschikt niet over een zelfstandige woonruimte voor onbepaalde tijd binnen een straal van twintig kilometer van de locatie waar de woningzoekende zijn werkzaamheden hoofdzakelijk verricht of zal gaan verrichten. 4.. Voor de toepassing van het derde lid wordt onder werknemer in de sector onderwijs verstaan: een bevoegde leerkracht (PO) of docent (VO, eerste of tweedegraads) in het primair- of voortgezet onderwijs. 5.. Voor de toepassing van het derde lid wordt onder werknemer in de sector zorg verstaan; medewerker die directe zorg of ondersteuning verleent aan patiënten en cliënten en: in dienst is van een zorginstelling die toegelaten is op grond van de Wet Toelating Zorginstellingen en zorg verleent die op grond van de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet in aanmerking komt voor vergoeding; of, in dienst is van een zorginstelling waarmee de gemeente een overeenkomst of subsidierelatie heeft voor zorg of ondersteuning in het kader van de Jeugdwet of de Wet maatschappelijke ondersteuning. 6.. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor het in gebruik nemen of geven van woonruimte die is aangewezen als bedoeld in het eerste lid komt achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: woningzoekende die door het aflopen van een tijdelijk huurcontract gedwongen wordt zijn of haar woonruimte te verlaten en tenminste één jaar geen huisvesting voor onbepaalde tijd heeft gehad; woningzoekende die alleen beschikt over woonruimte gelegen buiten een straal van twintig kilometer van de locatie waar hij of zij permanent werkzaam is of wordt, waarbij na verhuizing de reisafstand tussen woonruimte en die locatie tenminste vijf kilometer wordt ingekort; woningzoekende die niet over een zelfstandige woonruimte beschikt. 7.. Voor de toepassing van het zesde lid, onderdelen b en c, geldt het aanvullende vereiste dat de woningzoekende ten minste één jaar in de betreffende woonruimte moet hebben gewoond. 8.. Indien na toepassing van het zesde lid twee of meer woningzoekenden gelijktijdig in aanmerking komen, wordt door middel van loting bepaald wie als eerste in aanmerking komt. 9.. Burgemeester en wethouders kunnen woonruimten als bedoeld in het eerste lid aanwijzen en kunnen nadere regels stellen over de toepassing van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel