Naar hoofdinhoud
1.. Vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten verleend of genomen op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam zoals deze gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, gelden als vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten, als bedoeld in deze verordening. 2.. In afwijking van het eerste lid is voor vergunningen verleend voor short stay de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013 van toepassing. 3.. Aanvragen tot vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening worden afgehandeld volgens de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016. 4.. De Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 blijft van toepassing op een beschikking tot toepassing van een bestuurlijke sanctie genomen wegens de overtreding van het bepaalde bij of krachtens de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 of een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking daarvan die nog niet onherroepelijk is. 5.. De voor de inwerkingtreding gedane inschrijvingen van woning- en standplaatszoekenden, worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur. 6.. Woongroepen in één zelfstandige woonruimte, zijnde drie of meer personen die geen gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren, maar wel op basis van eigen initiatief kiezen om samen die woonruimte te huren, die zich hebben gemeld bij burgemeester en wethouders vóór 1 januari 2017, zijn uitgezonderd van de omzettingsvergunningplicht als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel c, indien zij na 1 januari 2017 blijven voldoen aan de hierna genoemde voorwaarden: het betreft een zelfstandige woonruimte boven de liberalisatiegrens; de groepsleden melden zich als groep voordat zij de woonruimte in gebruik nemen bij burgemeester en wethouders; de groepsleden de woonruimte huren met één huurcontract; de groep beschikt over het recht van coöptatie; elke groepslid beschikt over een eigen kamer; de groep beschikt over een gezamenlijke verblijfsruimte niet zijnde een slaapkamer; de groep beschikt over een gezamenlijke rekening; per groepslid sprake is van 15 vierkante meter gebruiksoppervlak voor wonen en 15 vierkante meter gebruiksoppervlak voor de gezamenlijke verblijfsruimte; de woonruimte voldoet aan eisen voor geluid reducerende maatregelen om overlast in de leefomgeving te voorkomen 7.. Na 1 januari 2017 kan een woongroep in een zelfstandige woonruimte zich niet meer melden bij burgemeester en wethouders en zich niet meer beroepen op voorwaarden i tot en met ix genoemd in het vorige lid. 8.. Ten aanzien van woonruimten, waarvoor ingevolge artikel 1 voor 1 januari 2020 een aanvraag voor erkenning als studentenwoning is gedaan en die als zodanig erkend zijn of worden door burgemeester en wethouders, geldt de vergunningplicht voor omzetting en woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdelen c en d, niet, mits en zolang zij in gebruik blijven als studentenwoning in de zin van artikel 1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel