**1..** Burgemeester en wethouders weigeren de huisvestingsvergunning indien:
het huishouden niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.2.1;
het huishouden al in het bezit is van een geldige huisvestingsvergunning;
het niet aannemelijk is dat het huishouden de woonruimte als hoofdverblijf in gebruik zal nemen;
de corporatie, gelet op haar taak als toegelaten instelling of haar belang als verhuurder, daaronder mede begrepen haar verantwoordelijkheid voor de bescherming van de belangen van de overige huurders en voor de waarborging van het woongenot, redelijkerwijs het sluiten van een huurovereenkomst met aanvrager kon weigeren; of
het inkomen van het huishouden hoger is dan het bij of krachtens artikel 48 van de Woningwet bepaalde.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 4
Artikel 2.4.2
Algemene weigeringsgronden huisvestingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Amsterdam 2020