Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 11

Artikel 2.11.3

Inschrijving register standplaatszoekenden

Onderdeel van Huisvestingsverordening Amsterdam 2020

1.. Burgemeester en wethouders houden een register bij van standplaatszoekenden. Het register vermeldt de standplaatszoekenden in volgorde van inschrijvingsdatum. 2.. Voor inschrijving in het register worden in ieder geval de volgende bescheiden overlegd: een uittreksel uit de basisregistratie personen van de woonplaats van aanvrager; een geldig identiteitsbewijs; een geldig verblijfsdocument indien aanvrager niet de Nederlandse nationaliteit bezit; bewijzen van inkomsten waaruit het huidige inkomen van het huishouden blijkt; indien de aanvrager behoort tot de groep personen genoemd in artikel 18 van de voormalige Woonwagenwet een bewonersverklaring waaruit dit blijkt; of de standplaatszoekende een bedrijf of beroep uitoefent dat verband houdt met de exploitatie van het circus- of kermisbedrijf; en, of minimaal 70 procent van zijn/haar gemiddeld jaarinkomen over de afgelopen drie kalenderjaren binnen het bedrijf of beroep als bedoeld in onderdeel f heeft vergaard. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere gegevens te vragen die nodig zijn om de inschrijving te beoordelen. 3.. De inschrijving in het register is geldig voor één jaar. Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van de inschrijving verlengen. 4.. Burgemeester en wethouders verstrekken aan de standplaatszoekende een bewijs van inschrijving, waarop in ieder geval de volgende gegevens zijn vermeld: inschrijvingsnummer; datum van inschrijving; naam en adres van aanvrager. 5.. Burgemeester en wethouders halen een inschrijving door in het register indien: de standplaatszoekende niet meer aan de vereisten voor inschrijving voldoet; de standplaatszoekende daarom verzoekt; de standplaatszoekende is overleden; de geldigheidstermijn van de inschrijving is verstreken; de standplaatszoekende een standplaats of woonruimte in Nederland krijgt toegewezen en deze accepteert; de standplaatszoekende een standplaats achterlaat bij toewijzen en acceptatie van een woning; de standplaatszoekende gegevens heeft verstrekt bij de inschrijving waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; de standplaatszoekende niet binnen tien dagen zijn inschrijving heeft gecontinueerd door inzending van een door burgemeester en wethouders te verstrekken enquêteformulier.

Rechtspraak bij dit artikel