Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 6 › Paragraaf 7 › Paragraaf 9

Artikel 3.9.6

Voorwaarden en voorschriften vergunning B&B

Onderdeel van Huisvestingsverordening Amsterdam 2020

1. . Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 gelden de volgende voorwaarden: de exploitant heeft de woonruimte als hoofdverblijf en staat op het adres van deze woonruimte ingeschreven in de basisregistratie personen; de B&B voldoet aan de oppervlakte-eisen; de B&B beschikt over maximaal vier slaapplaatsen voor gasten; de ruimte die aan toeristen wordt verhuurd is een deel van een zelfstandige woonruimte; de woonruimte is niet in eigendom van een woningcorporatie; de vergunning is geldig tot 1 juli 2028; en, de vergunning is niet overdraagbaar en gebonden aan de exploitant- en de specifieke woonruimte. 2. . Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 gelden de volgende voorschriften: de exploitant exploiteert de B&B zelf en houdt nachtverblijf in de woonruimte tijdens het verblijf van gasten; er wordt voldaan aan de plicht bij iedere aanbieding van de woonruimte een geldig registratienummer te vermelden, bedoeld in artikel 3.7.2; in de B&B wordt aan maximaal vier personen logies verleend; de toeristen slapen in het deel van de zelfstandige woonruimte zoals in de vergunning vermeld; en er treedt geen onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de betreffende woonruimte op. Er is sprake van een onaanvaardbare inbreuk als bedoeld in de vorige zin, indien: er sprake is van aantoonbare overlast op grond objectieve feiten en omstandigheden; en, de bewoners vooraf door de klagers en door burgemeester en wethouders op de overlast is gewezen en dit niet tot beëindiging van de overlast heeft geleid. 3. . Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de oppervlakte-eisen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel