** 1. .** Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 gelden de volgende voorwaarden:
De aanvrager staat op het adres van de woonruimte ingeschreven in de basisregistratie personen en heeft daar het centrum van zijn levensbelangen;
de woonruimte is niet gelegen in een gebied waar een verbod op vakantieverhuur geldt;
de woonruimte is niet in eigendom van een woningcorporatie;
de vergunning is geldig gedurende het kalenderjaar waarin deze is verleend en de eerste drie maanden van het daaropvolgende kalenderjaar; en,
de vergunning is persoons- en woonruimtegebonden.
** 2. .** Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 gelden de volgende voorschriften:
degene die de woonruimte in gebruik geeft voor vakantieverhuur, staat op het adres van de woonruimte ingeschreven in de basisregistratie personen en heeft daar het centrum van zijn levensbelangen;
er wordt voldaan aan de plicht bij iedere aanbieding van de woonruimte een geldig registratienummer te vermelden, het nachtencriterium en de meldplicht, bedoeld in artikelen 3.7.2 en 3.7.3;
de melding als bedoeld in het vorige onderdeel en artikel 3.7.3, tweede lid, dient te geschieden door de bewoner die op het adres van de woonruimte staat ingeschreven in de basisregistratie personen en daar het centrum van zijn levensbelangen heeft;
er wordt aan niet meer dan vier personen onderdak wordt verleend;
er wordt een zelfstandige woonruimte exclusief in gebruik gegeven; en
er treedt geen onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de betreffende woonruimte op. Er is sprake van een onaanvaardbare inbreuk als bedoeld in de vorige volzin, indien:
er is sprake van aantoonbare overlast op grond van objectieve feiten en omstandigheden; en,
de bewoners vooraf door de klagers en door burgemeester en wethouders op de overlast is gewezen en dit niet tot beëindiging van de overlast heeft geleid.
** 3. .** Burgemeester en wethouder kunnen gebieden aanwijzen waar een nachtencriterium van nul nachten geldt, betekenende een verbod op vakantieverhuur.
** 4. .** Burgemeester en wethouders kunnen een andere geldigheidstermijn verbinden aan de vergunning dan de termijn genoemd in het eerste lid, onderdeel d.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 6 › Paragraaf 7 › Paragraaf 9
Artikel 3.9.5