**1..** Een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, wordt geweigerd indien:
sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
niet wordt voldaan aan de in ingevolgde dit hoofdstuk bij de vergunning gestelde voorwaarden; en/of,
het gaat om een aanvraag tot legalisatie van een bestaande situatie waar een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon en leefmilieu in de omgeving van de woonruimte is opgetreden als bedoeld in artikel 3.3.13, tweede lid, onderdeel c.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen vergunningen als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, niet zijnde vergunningen waarvoor een quotum is vastgesteld, weigeren indien:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de beoogde handeling gediende belang en dit belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en/of voorschriften aan de vergunning;
naar het oordeel van burgemeester en wethouders de beoogde handeling een negatief effect heeft op de leefbaarheid en dit niet voldoende kan worden voorkomen door het stellen van voorwaarden en/of voorschriften aan de vergunning.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot het tweede lid.
**4..** Ingevolge het eerste lid, onderdeel b, worden vergunningen als bedoeld in artikel 3.3.11 geweigerd indien:
een voor de vergunning geldend quotum is bereikt; of,
het een aanvraag betreft die ziet op een aanmelding die is uitgeloot.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3
Artikel 3.3.1
Weigeringsgronden
Onderdeel van Huisvestingsverordening Amsterdam 2020