Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1

Artikel 3.1.2

Uitzonderingen op de vergunningplicht voor onttrekking

Onderdeel van Huisvestingsverordening Amsterdam 2020

1. . Voor het onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van het gebruik als tweede woning, is geen onttrekkingsvergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel a, noodzakelijk mits en zolang: de woonruimte, indien gehuurd, een huurprijs heeft boven de liberalisatiegrens; de eigenaar of huurder zijn hoofdverblijf buiten Amsterdam houdt; en, het om ten hoogste één woonruimte per eigenaar of huurder gaat. 2. . Voor het onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van een woonruimte die om niet in gebruik wordt gegeven als bedoeld in artikel 1777 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek is geen onttrekkingsvergunning nodig als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel a. 3. . Voor het onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van kortdurend verblijf, zijnde korter dan zes maanden, door studenten is geen onttrekkingsvergunning nodig als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel a, mits en zolang het een woonruimte betreft die door een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1. onderdeel g van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, is gereserveerd als landingsplek voor internationale studenten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel