Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1:

Artikel 1:1:

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verzamelbesluit beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Gemeente Oisterwijk 2020

In deze beleidsregels gelden de volgende begripsomschrijvingen: a. Algemeen geaccepteerde arbeid: alle werkzaamheden die algemeen maatschappelijk aanvaard zijn, evenals alle vormen van gesubsidieerde arbeid, met uitzondering van arbeid in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW). b. Arrangement: een door het college samengesteld pakket van één of meerdere voorzieningen, toegesneden op een werkzoekende, dan wel een groep werkzoekenden voor een specifieke functie; c. Awb: de Algemene wet bestuursrecht; d. Baangarantie: een overeenkomst tussen een werkgever en een werkzoekende, waarbij is afgesproken dat, bij inzet van een bepaalde voorziening, de werkgever zal overgaan tot het aanbieden van een dienstverband aan de werkzoekende voor wie het college de voorziening inzet; e. Bbz: het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen; f. Bedrijfskapitaal: bijstand die op grond van het Bbz in de vorm van een geldlening is verleend ter voorziening in de behoefte van bedrijfskapitaal; g. Brutering: het verhogen van de vordering met loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente, die de uitkering verstrekt, krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtig is, voor zover deze belasting en premies niet verkenbaar zijn met de door het college af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen; h. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk; i. Commerciële kamerbewoner: de persoon die een kamer huurt op commerciële basis, en die niet is een bloedverwant in de eerste of tweede graad van de hoofdbewoner. Van huren op commerciële basis is sprake als de woonsituatie voldoet aan het volgende: I. er is sprake van huur op contractbasis; en II. er is sprake van een commerciële relatie wat blijkt uit de aanwezigheid van een overeenkomst en betaling van een commerciële (huur)prijs; en III. het te huren deel van de woning is al dan niet samen met gemeenschappelijke ruimtes geschikt voor zelfstandige bewoning; en IV. de kamerbewoner staat ingeschreven in de basisregistratie van de gemeente op het huuradres. j. Commerciële kostganger: een persoon die op commerciële basis inwoont, en die niet is een bloedverwant in de eerste en tweede graad en tevens bij de verhuurder de maaltijden gebruikt. De woonsituatie moet voldoen aan het volgende: I. er is sprake van vergoeding op contractbasis; en II. er is sprake van een commerciële relatie, wat blijkt uit de aanwezigheid van een overeenkomst en betaling van een commerciële prijs; en III. de woning is geschikt voor inwoning en er is toestemming verleend door de eigenaar van het pand; en IV. de kostganger staat ingeschreven in de basisregistratie van de gemeente op het huuradres. k. Commerciële prijs: de huurprijs die in verhouding staat met de geleverde prestaties en in het commerciële verkeer gebruikelijk is. Dit veronderstelt tevens een periodieke aanpassing van de prijs. l. Gehuwdennorm: de norm zoals bedoeld in artikel 21, onderdeel b, PW; m. Hoofdbewoner: een belanghebbende die eigenaar of hoofdhuurder is van een woning en die in dezelfde woning hoofdverblijf heeft; n. Hoogwaardige handhaving: het stelsel van preventieve en repressieve maatregelen gericht op het voorkomen of ontmoedigen van misbruik of oneigenlijk gebruik van de uitkering; o. Informatiegestuurd handhaven: een onderdeel van risicosturing dat het college kan inzetten door meerdere bestanden te koppelen waardoor het college gerichter kan zoeken naar uitkeringsfraude en risicogevallen; p. IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; q. IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; r. Leerplichtige leeftijd: de leeftijd tussen 5 en 16 jaar; s. Loonwaarde: de economische waarde van het werk dat iemand verricht of kan verrichten, uitgedrukt in geld; t. Nugger: een niet uitkeringsgerechtigd persoon, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, PW; u. Onderhoudsplichtige: degene die een financiële bijdrage in de kosten van levensonderhoud aan de bijstandsgerechtigde en/of de ten laste komende kinderen dient te voldoen op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of een rechterlijke uitspraak; v. Proeftijd: een bijzonder beding in de arbeidsovereenkomst, zoals geregeld in artikel 6:652 van het Burgerlijk Wetboek. In de arbeidsovereenkomst is het mogelijk een gespecificeerde periode direct na de indiensttreding te beschouwen als proefperiode; w. PW: de Participatiewet; x. Referentieniveau: het fundamentele niveau (niveau 1F) taal en rekenen volgens de richtlijnen van de Rijksoverheid; y. Risicosturing: het gericht inzetten van controlecapaciteit bij het handhavingsbeleid, op basis van risicoprofielen; z. Scholingsverplichting: de verplichting die voortvloeit uit de uitsluitingsgrond, zoals opgenomen in artikel 13, tweede lid, onderdeel c, PW; aa. Signaalsturing: de werkwijze waarbij het college op grond van signalen een onderzoek doet naar de rechtmatigheid van een uitkering of verstrekking; bb. Startkwalificatie: een afgeronde HAVO-, VWO-, HBO- of WO-opleiding, dan wel een basisberoepsopleiding MBO-2, dat wil zeggen niveau 2 van de kwalificatiestructuur, zoals vastgelegd in de Wet educatie en beroepsonderwijs; cc. Themacontrole: thematisch onderzoek naar groepen cliënten waarbij het vermoeden bestaat op een verhoogd risico van onrechtmatig gedrag; dd. Uitkering: de door het college verleende bijstand op grond van de PW en Bbz, dan wel de inkomensvoorziening op grond van de IOAW of IOAZ; ee. Verzamelverordening: de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2017; ff. Wet: de PW, waaronder begrepen Bbz, IOAW of IOAZ; gg. Wet educatie: de wet van 9 juli 2014 tot wijziging van onder meer de Wet participatiebudget en de Wet educatie beroepsonderwijs inzake het invoeren van een specifieke uitkering educatie en het vervallen van de verplichte besteding van educatiemiddelen bij regionale opleidingscentra; hh. Wet taaleis: de wet tot wijziging van de Wet werk en bijstand, teneinde de eis tot beheersing van de Nederlandse taal toe te voegen aan die wet; ii. Woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, PW; jj. Woonkosten: I. als sprake is van bewoning van een huurwoning: de per maand geldende huurprijs, zoals gebruikt voor de huurtoeslag; II. als sprake is van bewoning van een eigen woning: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en- aflossing met inbegrip van eventueel ter zake van de hypotheek verplichte verzekeringen, inleggen of premies en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud. kk. Woonlasten: hetgeen in geld verschuldigd is voor het (mede)gebruik van voorzieningen, aanwezig in de woonruimte, waarin de belanghebbende woont zoals energiekosten en cetera,

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel