Het doel is om fraudesignalen in een vroeg stadium te signaleren, zodat het college hierop direct adequaat kan reageren. Met vroegtijdig ingrijpen blijft de (financiële) schade voor zowel de klant als de gemeente zoveel mogelijk beperkt.
1. In het kader van signaalsturing beoordeelt het college alle inkomende signalen op relevantie en onderzoekt zij de signalen zo nodig nader.
2. Het college kan in haar onderzoek gebruik maken van verschillende instrumenten:
a. consult;
b. de combinatie van dossieranalyse, verificatie en validatie;
c. waarneming ter plekke;
d. confrontatie;
e. huisbezoek.
3. In eerste instantie kiest het college voor het instrument dat enerzijds adequaat is en daarnaast de minste inbreuk maakt op de levenssfeer van de klant.
4. Alleen als dat nodig is, kan het college opschalen naar een zwaarder instrument.
5. Als er uit een doelmatigheidsonderzoek een fraudesignaal naar voren komt, is dit reden om een onderzoek naar de rechtmatigheid van de uitkering op te starten.
6. Het college bevordert de fraudealertheid van de medewerkers door regelmatig terugkerende activiteiten in het kader van deskundigheidsbevordering op dit gebeid.
7. Het college maakt gebruik van de faciliteiten van Stichting Inlichtingenbureau voor bestandsvergelijkingen.
8. Het college zet het instrument huisbezoek in wanneer dit noodzakelijk is voor het vaststellen van het (voortgezet) recht op bijstand.
9. Het college kan een belanghebbende een huisbezoek aanbieden wanneer er onduidelijkheid is over de leefvorm van de belanghebbende.
Hoofdstuk › Paragraaf 5.3:
Artikel 5:4:
Vroegtijdige detectie en afhandeling
Onderdeel van Verzamelbesluit beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Gemeente Oisterwijk 2020