1. Het college stelt met het oog op de beschikbare middelen in het Participatiebudget prioriteiten daar waar het gaat om de inzet van voorzieningen.
2. Bij de inzet van middelen uit het Participatiebudget stelt het college de volgende prioriteiten:
a. belanghebbenden met een duidelijke motivatie;
b. belanghebbenden die voldoende competenties hebben om hun loonwaarde te vergroten;
c. belanghebbenden van wie is te verwachten dat zij - op basis van hun competenties en capaciteiten - een hoge kans hebben op plaatsing op de arbeidsmarkt;
d. belanghebbenden bij wie de kosten van het inzetten van een voorziening voldoende opweegt tegen de kosten van de uitkering, zowel op de kosten als de middellange termijn.
3. Tenzij anders bepaald in deze beleidsregels, zet het college geen middelen uit het Participatiebudget in, ten behoeve van:
a. jongeren tot 27 jaar, die uit 's rijkskas bekostigd onderwijs volgen of kunnen volgen;
4. De voorzieningen die het college inzet dienen er op te zijn gericht om de uitkeringsafhankelijkheid zo beperkt mogelijk te laten zijn.
Hoofdstuk › Paragraaf 2.1:
Artikel 2:4:
Prioriteiten op het gebied van re-integratie
Onderdeel van Verzamelbesluit beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Gemeente Oisterwijk 2020