Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.1.4:

Artikel 3:14

Toepassing vrijlating inkomsten alleenstaande ouders

Onderdeel van Verzamelbesluit beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Gemeente Oisterwijk 2020

1. Het college verstaat onder de vrijlating inkomsten alleenstaande ouders, de vrijlating zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid, onderdeel r PW. 2. Het college verstaat onder een alleenstaand ouder “de ongehuwde die” de volledige zorg heeft voor een of meer ten laste komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij een van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte. 3. Voor de toepassing van de inkomstenvrijlating gelden de volgende voorwaarden: a. belanghebbende is ouder dan 27 jaar, maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd; b. De vrijlating draagt volgens het college bij aan de arbeidsinschakeling. Belanghebbende aanvaardt reguliere arbeid, maar is daarmee niet volledig onafhankelijk van de uitkering; b. belanghebbende zet zich gemotiveerd in om het aantal te werken uren per week uit te breiden met als doel zo veel mogelijk onafhankelijk te zijn van de uitkering; c. de klantmanager stemt met de belanghebbende de periode af waarin het college de inkomstenvrijlating toepast. d. belanghebbende heeft de volledige zorg voor een ten laste komend kind tot 12 jaar. e. De periode van de reguliere inkomstenvrijlating is verstreken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel