1. Van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid is in ieder geval sprake in de volgende situaties:
a. het versneld interen van een vermogensoverschot, waardoor belanghebbende eerder een beroep moet doen op een uitkering op grond van de PW;
b. het door eigen toedoen geen beroep kunnen doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening;
c. zich niet aanvullend hebben verzekerd voor ziektekosten;
d. zich niet of niet afdoende hebben verzekerd tegen de gevolgen van inbraak of wettelijke aansprakelijkheid.
2. Wanneer sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid stelt het college een maatregel vast op grond van artikel 31, tweede, vierde of vijfde lid van de Verzamelverordening.
3. Wanneer de toepassing van het tweede lid van dit artikel leidt tot onbillijkheden, geeft het college toepassing aan artikel 31, negende lid van de Verzamelverordening.
4. Van onbillijkheden, zoals bedoeld in het vorige lid is in ieder geval sprake wanneer toepassing geven aan het derde lid leidt tot:
a. onaanvaardbare financiële of sociale consequenties zoals een uithuiszetting of afsluiting van energie of water;
b. levensbedreigend, dan wel blijvend letsel of invaliditeit, welke alleen is af te wenden door het verstrekken van bijstand.
Hoofdstuk › Paragraaf 4.2.1:
Artikel 4:5:
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid op grond van de PW
Onderdeel van Verzamelbesluit beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Gemeente Oisterwijk 2020