Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6: › Paragraaf 6.3:

Artikel 6:13

Verjaring en stuiting

Onderdeel van Verzamelbesluit beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Gemeente Oisterwijk 2020

1. Wanneer het college geen of geen tijdige actie onderneemt bij het terugvorderen en invorderen van onverschuldigd betaalde bijstand, verjaart de betalingsverplichting van de schuldenaar na 5 jaar. 2. Stuiting wil zeggen dat de gemeente of betrokkene iets doet waardoor de verjaring stopt. Stuiting van de verjaring is mogelijk door: a. een daad van rechtsvervolging; b. erkenning van het “recht” op betaling door cliënt; c. aanmaning; d. Verrekeningsbeschikking; e. Dwangbevel of ten uitvoering van het dwangbevel; f. Aanmaning of mededeling waarin ondubbelzinnig recht op betaling wordt voorbehouden. 3. Verjaring beperkt niet de mogelijkheid tot verrekening; 4. Door stuiting volgt een nieuwe verjaringstermijn van 5 jaar; 5. Stuiting breekt een lopende verjaring af; 6. Uit de stuitingshandeling moet blijken op welke vordering(en) de stuitingshandeling precies ziet; 7. Als er meerdere schuldenaren hoofdelijk aansprakelijk zijn op grond van art. 59 lid 4 PW, dan is er sprake van meerdere afzonderlijke vorderingen. Deze vorderingen dienen apart te worden gestuit. 8. Verlenging van de verjaringstermijn vindt plaats: a. gedurende uitstel van betaling; b. ingeval van faillissement; c. door toelating tot de WSNP; d. bij surseance van betaling; e. bij uitvoering van het dwangbevel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel