Naar hoofdinhoud
1.. Het verstrekken van een individuele voorziening in de vorm van een pgb is voorbehouden aan het college. 2.. De aanvrager komt slechts in aanmerking voor een pgb indien naar het oordeel van het college wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld aan individuele voorzieningen als genoemd in artikel 8.1.1 van de wet en artikel 11 van de verordening. 3.. De aanvrager dient, nadat hij heeft aangegeven de individuele voorziening in de vorm van een pgb te willen ontvangen, gebruik te maken van een door het college vastgesteld pgb-formulier. 4.. Het pgb-formulier moet volledig worden ingevuld en een budgetplan bevatten waarin is aangegeven hoe het pgb wordt besteed en welke resultaten met de in te kopen zorg worden beoogd. Deze resultaten moeten aansluiten bij de zorgbehoefte en de resultaatgebieden zoals in het ondersteuningsplan zijn opgenomen. 5.. De aanvrager moet naar het oordeel van het college in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen terzake en in staat zijn de aan de pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Hiervoor gelden de volgende criteria: de aanvrager heeft aantoonbaar inzicht in de problemen waarvoor het pgb wordt ingezet en met welke ondersteuning de problemen kunnen worden weggenomen of verminderd; de aanvrager is in staat te kiezen voor een zorgaanbieder die een passend en op de zorg afgestemd zorgaanbod kan doen; de aanvrager is in staat een overeenkomst aan te gaan met een zorgaanbieder; de aanvrager is in staat de zorgverlener daar waar nodig aanwijzingen te geven en aan te sturen; en de aanvrager is in staat een deugdelijke administratie bij te houden. 6.. Om vast te stellen of de aanvrager voldoende gemotiveerd heeft dat de door de gemeente ingekochte voorzieningen in natura niet passend zijn, zoals bedoeld in artikel 8.1.1 lid 2 sub b van de wet, moet de aanvrager aantonen dat hij zich voldoende georiënteerd heeft op de voorzieningen in natura. De reden van het niet passend zijn, kunnen onder meer zijn gelegen in het feit dat: de benodigde ondersteuning niet goed vooraf is in te plannen; de benodigde ondersteuning op ongebruikelijke tijden geleverd moet worden; de benodigde ondersteuning op veel korte momenten per dag moet geboden worden; de benodigde ondersteuning op verschillende locaties geleverd moet worden; het is noodzakelijk is om 24-uurs ondersteuning op afroep te organiseren; het is door de aard van de beperking noodzakelijk is dat de hulp door een vaste hulpverlener wordt geboden, of de voorzieningen in natura niet passen bij de eigen levensovertuiging. 7.. De aanvrager dient, conform artikel 8.1.1 lid 2 sub c van de wet, aan te tonen dat de in te kopen zorg van goede kwaliteit is, zodat de gestelde doelen en de te bereiken resultaten in het ondersteuningsplan kunnen worden gerealiseerd. 8.. De jeugdhulpaanbieder, waarbij de aanvrager de zorg wil inkopen, dient te voldoen aan de kwaliteitseisen zoals genoemd in artikel 4.1.1 tot en met 4.1.9 van de wet. 9.. Indien de hulp wordt betrokken van iemand uit het sociale netwerk, die niet behoort tot de eerste graad van bloedverwantschap, is in ieder geval een VOG vereist, die niet ouder is dan drie maanden. 10.. Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de met een pgb ingekochte hulp voldoet aan de kwaliteitseisen. 11.. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: kosten voor bemiddeling; kosten voor tussenpersonen of belangbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel