Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4:

Artikel 19.

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Winterswijk 2020

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 3.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd per bijdrageperiode door: de gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, waarvan ten minste een van beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt. 4.. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet valt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer niet onder het abonnementstarief, maar wordt deze per rit berekend per kilometer met een starttarief. Het start- en kilometertarief worden door het college vastgesteld. De hoogte van het start- en kilometertarief is te vinden op www.zoov.nl onder het kopje “ZOOV Op Maat” 5.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening [bruikleen of huur of eigendom]; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 6.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door de gemeente Winterswijk vastgesteld en door het CAK geïnd. 7.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel