Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1:

Artikel 3.

Juridisch kader

Onderdeel van Leidraad invorderingen 2020 gemeente Dongen

Hoewel een aantal artikelen van de Awb niet van toepassing zijn op de Algemene wet inzake rijksbelastingen, wordt, zoveel als mogelijk, in overeenstemming gehandeld met de Awb. De invorderingsambtenaar neemt bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht. Op grond van artikel 231, lid 1, van de Gemeentewet is voor de heffing en de invordering van belastingen van toepassing de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen als waren die belastingen rijksbelastingen. Daarbij worden de uitsluitingen, zoals genoemd in artikel 249 Gemeentewet, gevolgd. Bij de invordering van belastingen die op andere wijze worden geheven, blijft artikel 8, lid 1, van de Invorderingswet 1990 (wanneer geen kwijtschelding wordt verleend) buiten toepassing. Voor de privaatrechtelijke vorderingen gelden het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Burgerlijk Wetboek (BW) als wettelijk kader. De gemeente heeft geen bijzondere bevoegdheden ten opzichte van ondernemers en particulieren ter zaken van de invordering van privaatrechtelijke vorderingen, zoals dat bij publiekrechtelijke vorderingen wel het geval is: Een ondernemer is een belastingschuldige die een onderneming drijft of zelfstandig beroep uitoefent. Dit zijn rechtspersonen als bedoeld, bedrijven die zijn ingeschreven in het KVK-register; Een particulier is een belastingschuldige die niet als ondernemer wordt aangemerkt. Dit zijn natuurlijke personen als bedoeld, personen die zijn ingeschreven in het Bevolkingsregister.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel