Bij de uitzetting van overtollige middelen en rentederivaten handelt de gemeente verstandig en terughoudend. Dit wordt afgewogen aan de hand van de volgende criteria:
We nemen geen onverantwoorde risico's
De tegenpartij is voldoende kredietwaardig
De uitzettingen dienen zo min mogelijk gevoelig te zijn voor marktbewegingen
Transacties, het aangaan en verstrekken van leningen en het verlenen van garanties dient beperkt te blijven tot activiteiten voor de uitoefening van de publieke taak.
De treasuryparagraaf in de begroting bevat de plannen voor het komend jaar. De treasuryparagraaf in de jaarrekening gaat in op de resultaten van de beleidsuitvoering.
De kasgeldlimiet geeft het maximale bedrag aan dat de gemeente gemiddeld per kwartaal aan korte financieringsmiddelen mag opnemen.
Deze bovengrens wordt bepaald door een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de gemeentelijke begroting.
Als in drie achtereenvolgende kwartaalrapportages de kasgeldlimiet wordt overschreden dient de provinciaal toezichthouder daarvan op de hoogte te worden gesteld.
De renterisiconorm geeft het maximale geleende bedrag aan dat per jaar onderhevig mag zijn aan rentewijzigingen.
De renterisiconorm wordt bepaald door een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van het begrotingstotaal.
Deze norm beperkt het renterisico op de lange schuld en stimuleert spreiding van leningen.