Deze verordening verstaat onder:
Bbv: het Besluit begroting en verantwoording voor provincies en gemeenten;
afdeling: de organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen verantwoordelijkheid, toegekend door het college op grond van artikel 160 lid 1c van de Gemeentewet;
programma: een samenhangend geheel van activiteiten waarbij de doelstellingen, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten zijn beschreven;
resultaatgebied: uitsplitsing van een programma bestaande uit een samenstel van een aantal samenhangende producten of een enkel product;
product: onderdeel van de productenraming bestaande uit een samenstel van een aantal samenhangende activiteiten;
productenraming: overzicht waarin alle producten zijn opgenomen;
taakvelden: voorgeschreven indeling van begroting en jaarrekening, bedoeld voor uniforme informatieverstrekking van decentrale overheden aan derden;
paragraaf: informatie die betrekking heeft op meerdere programma’s, ‘dwarsdoorsnede’ van de begroting;
investering: opoffering in tijd, geld en/of menskracht waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt;
investeringskrediet: budget voor het realiseren van een investering;
budget: door de gemeenteraad geautoriseerde hoeveelheid geldmiddelen voor een bepaald doel;
administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;
publieke taak / publiek belang: de taken die de gemeente ondersteunt op grond de landelijke wet- en regelgeving of wil ondersteunen op grond van artikel 2 lid 1 van de wet Fido;
integrale kostprijs: totaal van alle met een product samenhangende directe- en indirecte kosten;
overhead(kosten): indirecte kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.