(artikelen 2, lid 1, 3, 4a en 4b Leerplichtwet)
Indien blijkt dat een leerplichtige en kwalificatieplichtige jongere niet als leerling is ingeschreven zonder dat daarvoor een grond voor vrijstelling aanwezig is, onderzoekt de leerplichtambtenaar ten hoogste binnen vijf werkdagen of een bericht van inschrijving ontbreekt wegens een administratieve onvolkomenheid. (zie ook artikel 3 lid 7 van deze instructie)
Indien niet is gebleken dat er sprake is van een administratieve onvolkomenheid, zoekt de leerplichtambtenaar onverwijld, doch ten hoogste binnen vijf werkdagen, contact met de ouders en stelt hen in de gelegenheid om nadere uitleg over het achterwege blijven van een inschrijving te geven. Ouders kunnen worden uitgenodigd om op gesprek te komen. Indien het een jongere betreft die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, zoekt de leerplichtambtenaar tevens contact met de jongere.
Indien de jongere vóór het intreden van de situatie van absoluut verzuim wel op een school of instelling ingeschreven is geweest, neemt de administratief medewerker of de leerplichtambtenaar contact op met de directeur van die school of instelling en vraagt diens zienswijze over het opgetreden absolute verzuim.
Artikel 5 lid 4 tot en met 13 en lid 16 tot en met 18 zijn van overeenkomstige toepassing in het geval van absoluut verzuim.
Artikel 7.
Absoluut verzuim van leerplichtigen en kwalificatieplichtige jongeren
Onderdeel van Ambtsinstructie leerplicht en RMC gemeente Leidschendam-Voorburg 2019