Een gebiedsontzegging APV kan worden opgelegd voor gedragingen zoals opgenomen in bijlage 5 van deze beleidsregel of voor openbare orde-verstorende handelingen. Een persoon krijgt het bevel van de burgemeester zich niet te bevinden in een aangewezen gebied gedurende een in het verbod genoemde periode. De gedragingen, het tijdvak en het gebied waarvoor de gebiedsontzegging wordt opgelegd, worden medegedeeld en schriftelijk vastgelegd in een besluit of, in geval van mandaat aan de politie, in een proces-verbaal. Tevens wordt zo mogelijk een kaart uitgereikt van het gebied.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 1.
In welke gevallen?
Onderdeel van Beleidsregel gebiedsontzeggingen en gebiedsverboden