Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 13.

Tijdsduur /aaneengesloten of gespreid

Onderdeel van Beleidsregel gebiedsontzeggingen en gebiedsverboden

Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie maanden, met de mogelijkheid van drie keer drie maanden verlenging als het gaat om het bestrijden van ernstige overlast met een min of meer continu karakter, zoals wijkoverlast, of; Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste vierentwintig maanden zonder mogelijkheid tot verlenging als de ernstige overlast niet een continu karakter heeft maar een meer periodiek terugkerend karakter. Te denken valt hierbij aan uitgaansavonden of dagen waarop evenementen plaatsvinden. Verlenging van het verbod is wettelijk niet mogelijk.

Rechtspraak bij dit artikel