In de gevallen waar (nog) geen sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde of van een herhaaldelijke verstoring van de openbare orde ligt optreden op grond van de APV voor de hand.
In een acute situatie waarin relschoppers bijvoorbeeld de openbare orde bij een evenement ernstig verstoren biedt de Gemeentewet weinig tot geen mogelijkheden om direct te kunnen optreden tijdens hetzelfde evenement om zo de openbare orde en veiligheid van bezoekers te kunnen waarborgen. Hiervoor blijven de strafrechtelijke aanhouding, de APV (bestuurlijk ophouden etc), de noodrechtbevoegdheden (artikelen 172 en 175-176a Gemeentewet) de meest geëigende bevoegdheden.
Naast de in deze beleidsregel beschreven bevoegdheden beschikt de burgemeester over de zogenaamde ‘lichte bevelsbevoegdheid’ artikel 172, derde lid, Gemeentewet. Dit houdt in dat de burgemeester bevoegd is bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die noodzakelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde. Dit biedt de burgemeester de bevoegdheid om in acute (overlastgevende) situaties of bij verstoringen van de openbare orde op te treden en de bevelen (o.a. verwijderingsbevel) te geven die hij nodig acht. De wetgever heeft deze bevoegdheid in het leven geroepen voor situaties waarin de geldende regelgeving, waaronder lokale regelgeving, geen voorziening bevat voor een concreet openbare ordeprobleem en waarbij snel ingrijpen is vereist.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 35.
Samenhang bevelsbevoegdheden APV en Gemeentewet
Onderdeel van Beleidsregel gebiedsontzeggingen en gebiedsverboden