Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 41.

Relatie burgemeester en Officier van Justitie

Onderdeel van Beleidsregel gebiedsontzeggingen en gebiedsverboden

Op grond van artikel 509hh Wetboek van Strafvordering is de Officier van Justitie (OvJ) bevoegd een gedragsaanwijzing te geven tegen een betrokkene. Dit kan indien ernstige bezwaren bestaan in geval van verdenking van een strafbaar feit waardoor de openbare orde ernstig is verstoord en waarbij grote vrees bestaat voor herhaling. Dit betekent dat de OvJ in beginsel als eerste bevoegd is een maatregel te treffen indien sprake is van ernstig ordeverstorend gedrag, zijnde een strafbaar feit, en vervolging is of wordt ingesteld. Indien de OvJ besluit in zijn gedragsaanwijzing geen meldingsplicht, gebiedsverbod of groepsverbod op te nemen of in zijn geheel geen maatregel treft, beoordeelt de burgemeester of hij, gelet op de bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat, een maatregel oplegt. Hierover vindt afstemming plaats tussen OvJ en de burgemeester. Het gebiedsverbod OvJ gaat voor het gebiedsverbod van de burgemeester (art 172a Gemeentewet).Zolang een gebiedsverbod van de OvJ geldt kan de burgemeester niet hetzelfde gebied aanwijzen. Hij kan wel een ander gebied aanwijzen. De rechter kan een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel gaat voor het burgemeestersbevel. Als het rechterlijk bevel niet te maken heeft met het burgemeestersverbod, bijvoorbeeld een verbod voor een kleiner of ander gebied en op basis van andere informatie dan de ‘’overlast’’ die ten grondslag ligt aan het burgemeestersbevel, dan vindt overleg plaats tussen OM en gemeente over de vraag of het burgemeestersverbod naast het rechterlijk verbod in stand kan blijven.

Rechtspraak bij dit artikel