Het opleggen van een eerste gebiedsontzegging APV en het opleggen en uitreiken van een waarschuwing is gemandateerd aan de Districtschef van de politie met de mogelijkheid van ondermandaat aan de ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van het Besluit algemene rechtspositie politie. De burgemeester blijft te allen tijde zelf bevoegd gebiedsontzeggingen en waarschuwingen op te leggen.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 8.
Mandaat politie
Onderdeel van Beleidsregel gebiedsontzeggingen en gebiedsverboden