Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3

Norm voor integriteit

Onderdeel van Informatiebeveiligingsplan BRP en waardedocumenten

De technische en organisatorische inrichting van de gemeentelijke informatiesystemen zijn zodanig van aard en opzet dat de gegevens daarin volledig, juist, en actueel zijn. De verantwoordelijke personen en afdelingen van de gemeentelijke organisatie treffen hiervoor de nodige maatregelen. Het is niet te voorkomen dat gegevens fouten bevatten. Een BRP-bestand zonder fouten is een nobel streven, maar niet realistisch als concrete eis. Ten behoeve van het evaluatie-instrument zijn kwaliteitsindicatoren opgesteld voor de gegevens die in de BRP zijn opgenomen. Deze indicatoren zijn gebaseerd op het Logisch Ontwerp en op regelgeving. Met de kwaliteitsindicatoren wordt gemeten in hoeverre de vastgelegde gegevens voldoen aan de genoemde regelgeving. De kwaliteitsindicatoren meten niet de overeenstemming van de BRP-gegevens met de feitelijke werkelijkheid. Uitsluitend bevoegde personen in dienst van of werkzaam voor de gemeente hebben toegang tot de voor hen relevante gegevens in registraties. De bevoegdheid van een persoon moet worden afgeleid van diens taak; dit is ter beoordeling van de informatiebeheerder BRP, op aangeven van de direct leidinggevende van de betreffende persoon. Iedere medewerker binnen de gemeente die inzage heeft in persoonsgegevens of belast is met het bijhouden van BRP-gegevens en/of werkt met waardedocumenten, dient een geheimhoudingsverklaring te hebben ondertekend.

Rechtspraak bij dit artikel