Naar hoofdinhoud
1.. Het inkomen van potentiele huurders van middenhuurwoningen wordt bepaald conform artikel 1.1 lid 16 van de Huisvestingsverordening. 2.. Als het aldus berekende inkomen hoger is dan de inkomensvoorrangsgrenzen middenhuur, dan wordt voor de hierna genoemde potentiële huurders het inkomen op de volgende wijze berekend: Voor degene met een flexibel dienstverband of die werkzaam is als zelfstandige is het inkomen gelijk aan het gemiddelde inkomen over de afgelopen drie jaar, waarbij het inkomen per jaar conform artikel 1.1 lid 16 van de Huisvestingsverordening wordt bepaald. Voor degene die niet langer dan 3 jaar geleden met de eigen onderneming gefailleerd is of die gebruik maakt van een van de volgende regelingen: Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; of Wet schuldsanering natuurlijke personen wordt het inkomen geacht zich onder de inkomensgrenzen middenhuur te bevinden. Voor degene met maandelijkse betalingsverplichtingen die betrekking hebben op een studieschuld of een restschuld na verkoop van de eigen woning wordt het conform artikel 1.1 lid 16 van de Huisvestingverordening berekende inkomen van het afgelopen jaar verminderd met diens maandelijkse betalingsverplichtingen over het afgelopen jaar. 3.. Voor diegene met een flexibel dienstverband of die werkzaam is als zelfstandige, die tevens maandelijkse betalingsverplichtingen heeft die betrekking hebben op een studieschuld of een restschuld na verkoop van de eigen woning, waarbij het inkomen als bedoeld in het tweede lid sub a hoger is dan de inkomensgrenzen middenhuur, is het inkomen gelijk aan het tweede lid sub a, met dien verstande dat het inkomen van het afgelopen jaar verminderd wordt met diens maandelijkse betalingsverplichtingen over het afgelopen jaar als bedoeld in het tweede lid sub c. 4.. Voor degene met andere maandelijkse betalingsverplichtingen dan bedoeld in het tweede lid sub c kunnen burgemeester en wethouders besluiten dat, in verband met diens bijzondere, persoonsgebonden omstandigheden, diens conform artikel 1.1 lid 16 Huisvestingsverordening berekende inkomen verminderd met diens maandelijkse betalingsverplichtingen, of een deel daarvan, over het afgelopen jaar. 5.. De maandelijkse betalingsverplichtingen bedoeld in het vierde lid zien niet op betalingsverplichtingen afkomstig van consumptieve schulden, kinderopvang, kinderalimentatie, partneralimentatie of tijdelijke dubbele woonlasten vanwege een relatiebreuk. 6.. De potentiële huurder levert de naar het oordeel van burgemeester en wethouders benodigde bewijsstukken aan om de maandelijkse betalingsverplichtingen, faillissement of een beroep op de regelingen als bedoeld in tweede lid sub b aan te tonen. Als bewijsstukken kunnen worden betrokken: Betalingsafschriften; Gerechtelijke uitspraken; Beschikkingen; Correspondentie met betrokken instanties; Stukken waaruit de afbetalingsregeling blijkt; Andere bewijsstukken die de maandelijkse betalingsverplichtingen aantonen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel