In deze verordening wordt verstaan onder:
begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaats(en) van Noardeast-Fryslân:
begraafplaats Damwâldsterreedsje, Damwâldsterreedsje 3 te Dokkum;
begraafplaats Lindenhof, Metslawiersterweg 1A te Dokkum;
begraafplaats Reidswâl, Reidswâl 1 te Metslawier;
begraafplaats Molenzes, Holwerterdyk 11A te Ternaard;
begraafplaats Burum, Rosemastraat 36, 9851 AP, Burum;
begraafplaats Kollum, Adje Lambertszlaan 3, 9291 CX, Kollum;
begraafplaats Munnekezijl, Kerkstraat 0, 9853 PR, Munnekezijl;
begraafplaats Nijenhof, Nijenhof 2, 9294 KW, Oudwoude;
begraafplaats Burdaard, Steenendamsterweg 9, 9112 HS, Burdaard;
particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van overledenen en het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
kindergraf: een particulier graf waarin gelegenheid wordt geboden tot het begraven van een natuurlijk persoon beneden de 12 jaar en van levenloos geborenen;
urnengraf: een particulier graf, keldergraf daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen en het verstrooien van as;
urnenplaats: een bovengrondse plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend voor het plaatsen van en geplaatst houden van urnen;
gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend voor het zonder begrafenis of zonder asbestemming plaatsen van een gedenkteken om overledenen te gedenken;
keldergraf: een kunststof, betonnen of gemetselde constructie die in de grond is geplaatst en waarin een of meerdere overledenen worden begraven of asbussen worden bijgezet, wandgraven inbegrepen;
asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
urnennis: een nis in een urnenmuur, een columbarium daaronder begrepen, bij de gemeente in beheer waarin de gelegenheid wordt geboden tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
verstrooiingsplaats: een plaats bij de gemeente in beheer waar as van een overledene kan worden verstrooid;
grafbedekking: gedenktekens of vaste planten die op het graf of de urnenplaats zijn geplaatst;
gedenkteken: een grafsteen, liggende of staande zerk, sierurn, sluitplaat, of ander monument ter nagedachtenis van een overledene;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân;
beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;
rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier (kelder-)urnengraf, een particuliere urnenplaats of een particuliere gedenkplaats;
gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een urnennis is verleend;
eigenaar: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon die met toestemming van de rechthebbende of gebruiker de grafbedekking op een graf in eigendom heeft;
belanghebbende: een verzamelnaam voor alle contactpersonen met een belang bij een graf, een natuurlijk persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechthebbende;
aanvrager: de persoon of rechtspersoon die – al dan niet door tussenkomst van een uitvaartondernemer – opdracht geeft voor een begrafenis, bijzetting, herdenkingsplechtigheid of asverstrooiing en hiervoor de betalingsplichtige is. Tevens de persoon of rechtspersoon die de uitgifte van een graf, (kelder-)urnengraf, urnennis gedenkplaats of gedenkteken verzoekt en hiervoor de betalingsplichtige is;
wet: Wet op de lijkbezorging en de daaruit voortvloeiende regelgeving;
grafrecht: het gebruiksrecht op het gebruik van een ruimte in een urnennis en het uitsluitend recht op een particulier graf, urnenplaats, urnengraf of gedenkplaats;
plaatsingsrecht: het recht tot het doen aanbrengen van een gedenkplaatje op een algemene herdenkingszuil;
grafakte: de beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door of namens het college een grafrecht wordt verleend;
lijkbezorging: het lichaam van een overledene of doodgeborene laten begraven of cremeren of op een andere bij of krachtens de wet voorziene wijze;
dubbelgraf: twee enkele graven naast elkaar van eenzelfde rechthebbende waar plaatsing van een gezamenlijke grafbedekking is toegestaan;
samenvoegen: het verdiept begraven van stoffelijke resten in een bestaand graf op verzoek van de rechthebbende, waarbij ruimte ontstaat voor een nieuwe begraving;
administratie: de ambtenaar die belast is met de administratie van de graven en asbestemmingen, alsmede de planning van uitvaarten en plechtigheden of degene die hem vervangt.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van BEHEERVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN NOARDEAST-FRYSLÂN 2020