Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbende en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2.. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb. 3.. Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan. 4.. Bij relatief eenvoudige zaken kan het horen in Kamer I overeenkomstig artikel 7:13 Awb worden opgedragen aan de voorzitter. 5.. Artikel 15 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op een extern lid c.q. plaatsvervangend extern lid van de commissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel