Naar hoofdinhoud
1.. De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in, op of boven openbare gronden, voor zover deze zijn gemeld of aangevraagd en aangelegd met toepassing van verleende vergunningen of andere schriftelijke afspraken met de gemeente, wordt vanaf de inwerkingtreding van deze verordening, beheerst door de regels van deze verordening. 2.. Vergunningen en ontheffingen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening en instemmingsbesluiten op grond van de Telecommunicatieverordening met betrekking tot kabels en leidingen als bedoeld in deze verordening, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening (AVOI) en blijven ook na de inwerkingtreding van deze verordening gelden. 3.. Op meldingen en aanvragen, als bedoeld in het eerste lid, waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van het op het moment van aanvraag geldende recht een beslissing genomen.

Rechtspraak bij dit artikel