Naar hoofdinhoud
1.. Het college van burgemeester en wethouders kan de vergunning of instemmingsbesluit wijzigen of intrekken, indien: de netbeheerder niet binnen een half jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning dan wel instemmingsbesluit met de werkzaamheden als omschreven in de vergunning dan wel instemmingsbesluit is begonnen; de in de vergunning dan wel instemmingsbesluit benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stil liggen; de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft gesteld; de vergunning dan wel instemmingsbesluit is verleend ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens; de vergunning dan wel instemmingsbesluit in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven; de aan de vergunning dan wel instemmingsbesluit verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; na het verlenen van de vergunning dan wel instemmingsbesluit naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu; dit naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders redelijkerwijs nodig is vanwege de uitvoering van gemeentelijke werkzaamheden van openbaar belang en algemeen nut; er sprake is van verkoop van gronden in eigendom van gemeente, behorende tot de openbare grond, aan derden. 2.. Het college van burgemeester en wethouders gaat niet over tot intrekking of wijziging van de vergunning dan wel instemmingsbesluit dan nadat het college van burgemeester en wethouders de houder van de vergunning heeft gehoord. 3.. Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning dan wel instemmingsbesluit kan de verplichting worden verbonden om de betreffende leiding(en) te verleggen/verplaatsen en/of deze te verwijderen.

Rechtspraak bij dit artikel