Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2020

1.. De cliënt is een eigen bijdrage verschuldigd zolang gebruik wordt gemaakt van de in natura verstrekte maatwerkvoorziening of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. Het totaal van de eigen bijdragen is nooit hoger dan de kostprijs van de hulp of voorziening. 2.. In afwijking op het eerste lid wordt geen bijdrage verschuldigd voor: dagbesteding; vervoer naar dagbesteding; (sport)rolstoelen; aanvullend openbaar vervoer; financiële vervoersvergoeding; personen tot 18 jaar. 3.. De eigen bijdrage is €19,00 per maand per huishouden, tenzij het een echtpaar of samenwonenden betreft én minimaal 1 van de personen onder de AOW gerechtigde leeftijd is (in 2020 is dit 66 jaar en 4 maanden). Dan is de eigen bijdrage € 0,00. Op grond van de hardheidsclausule wordt in uitzonderlijke gevallen geen eigen bijdrage opgelegd. 4.. Met inachtneming van artikel 3.20 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 verhoogd met een opslag voor voeding bedraagt de eigen bijdrage maatschappelijke opvang voor personen vanaf 21 jaar 45,32 % van 60 % van de uitkering op grond van de Participatiewet voor gehuwden/samenwonenden per maand exclusief vakantietoeslag. Op basis van de Participatiewet, hoofdstuk 3 Algemene bijstand paragraaf 3.2 normen, artikel 20 jongerennormen wordt voor personen onder 21 jaar een bedrag vrijgelaten Voor zover het maandinkomen exclusief vakantietoeslag van personen onder 21 jaar het onder 1˚. genoemde bedrag te boven gaat, wordt dit als eigen bijdrage aangemerkt tot maximaal het op grond van het eerste lid berekende eigen bijdrage bedrag. Het college int de eigen bijdrage. 5.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of Pgb door het AOP vastgesteld en geïnd. 6.. Voor beschermd wonen geldt de bijdrage zoals benoemd in hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo. 7.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening voor een woon- en vervoersvoorziening wordt bepaald aan de hand van de kostprijs van de voorziening in natura (tot stand gekomen na aanbesteding), rekening houdend met de technische levensduur (tien jaar) van de voorziening. Daarbij geldt dat: voor een individuele vervoersvoorziening of een losse woonvoorziening de kostprijs bestaat uit de aanschafprijs van een nieuwe voorziening, inclusief BTW. Deze aanschafprijs wordt vermeerderd met de kosten voor onderhoud, keuring, reparatie en verzekering van de voorziening; voor een voorziening bestaande uit het verstrekken van een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning, is een eigen bijdrage verschuldigd totdat de kostprijs is betaald. 8.. De kostprijs van een voorziening in de vorm van een Pgb is gelijk aan de hoogte van het Pgb en mag niet hoger zijn dan een vergelijkbare voorziening in natura. 9.. Voor personen met een beperking die gebruik maken van het AOV geldt een ritprijs per gemaakte rit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel