Naar hoofdinhoud
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, of een gastouderbureau bevindt dat de bij of krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3, gegeven voorschriften (de ‘kwaliteitseisen”) niet of in onvoldoende mate naleeft, kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven. In een aanwijzing wordt met redenen omkleed aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder genomen dienen te worden, en binnen welke termijn dit dient te gebeuren. Na afloop van de hersteltermijn kan de gemeente de GGD opdracht geven om een ander onderzoek uit te voeren om te beoordelen of de overtreding van de kwaliteitseis is beëindigd.

Rechtspraak bij dit artikel