Naar hoofdinhoud
Op grond van artikel 1.72 Wko is het college bevoegd ter zake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste € 45.000 bedragen. Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties: In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 1.45 tot en met 1.60 (hoofdstuk 1 afdeling 3 Kwaliteit kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureaus) waaronder ook het niet melden van wijzigingen als bedoeld in de artikelen 1.47 van de Wko In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 1.65 Wko) niet nakomt; In geval de houder een kinderopvangcentrum blijft exploiteren terwijl op grond van artikel 1.66 van de Wko aan hem een exploitatieverbod is opgelegd; In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (5:20 Awb). In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel